ECLI:NL:OGHACMB:2026:29

Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba

Datum uitspraak
10 februari 2026
Publicatiedatum
23 februari 2026
Zaaknummer
AUA2021H00249
Instantie
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bewijslevering koopovereenkomst goederen verscheept van Sint Maarten naar Aruba

Appellante vordert betaling voor goederen die eind 2016 in vier containers van Sint Maarten naar Aruba zijn verscheept. Bij verstekvonnis werden haar vorderingen toegewezen, maar bij verzetvonnis afgewezen. Het Hof gaf een bewijsopdracht aan appellante om aan te tonen dat geïntimeerde of The Big House de goederen heeft gekocht en/of dat geïntimeerde wist dat betaling niet zou plaatsvinden.

Appellante liet twee getuigen horen, terwijl geïntimeerde en The Big House drie getuigen in contra-enquête lieten horen. De getuigenverklaringen bevestigen dat goederen in aanwezigheid van geïntimeerde in containers zijn geladen en dat facturen aan The Big House zijn gestuurd. Ook blijkt uit een whatsapp-bericht dat de containers eigendom zijn van geïntimeerde of zijn bedrijf.

Het Hof concludeert dat appellante niet heeft bewezen dat geïntimeerde persoonlijk de goederen heeft gekocht, maar wel dat The Big House de goederen heeft gekocht. De vordering moet nader worden gespecificeerd voor de drie containers die appellante aan The Big House heeft verkocht. De zaak wordt aangehouden voor nadere stukken en een antwoordakte van The Big House.

Uitkomst: Het Hof oordeelt dat The Big House de goederen heeft gekocht, maar appellante moet haar vordering nader specificeren; verdere beslissing wordt aangehouden.

Uitspraak

Burgerlijke zaken over 2026
Registratienummers: AUA201901995 en AUA201903942 - AUA2021H00249
Uitspraak: 10 februari 2026

GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE

van Aruba, Curacao, Sint Maarten en
van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
VONNIS
in de zaak van:

[[APPELLANTE]],

handelende onder de naam [
zaaksnaam 1],
wonende in
[woonplaats],
in eerste aanleg eiseres/geopposeerde, thans [appellante],
gemachtigde: mr. D.G. Kock,
tegen
de naamloze vennootschap
THE BIG HOUSE N.V.,gevestigd in Aruba,
[GEÏNTIMEERDE],
wonende in
[woonplaats],
in eerste aanleg gedaagden/opposanten, thans geïntimeerden,
gemachtigde: mr. R. Marchena.
Partijen worden hierna [appellante], The Big House en [geïntimeerde] genoemd.

1.De zaak in het kort

[Appellante] vordert betaling voor goederen die eind 2016 in vier containers vervoerd zijn van Sint Maarten naar Aruba. Bij verstekvonnis zijn haar vorderingen toegewezen, maar bij verzetvonnis zijn ze alsnog afgewezen. Het Hof heeft in een tussenvonnis aan [appellante] een bewijsopdracht gegeven. Het Hof oordeelt in dit vonnis over de bewijslevering.

2.Het verdere verloop van de procedure

2.1
In het tussenvonnis van 5 september 2023, ECLI:NL:OGHACMB:2023:162 (het tussenvonnis) heeft het Hof [appellante] een bewijsopdracht gegeven.
2.2 [
appellante] heeft twee getuigen laten horen. In contra-enquête hebben The Big House en [geïntimeerde] drie getuigen laten horen.
2.3
Beide partijen hebben op 16 september 2025 een conclusie na getuigenverhoor genomen, waarna vonnis is bepaald.

3.De verdere beoordeling in hoger beroep

3.1
In het tussenvonnis heeft het Hof aan [appellante] opgedragen te bewijzen dat:
a. [geïntimeerde], althans The Big House, de goederen die eind 2016 in de vier containers van Sint Maarten naar Aruba zijn verscheept, van [appellante] heeft gekocht; en/of
b. [geïntimeerde] bij het aangaan van de koop wist dat noch hijzelf, noch The Big House voor de gekochte goederen zou betalen of verhaal zou bieden.
3.2 [
appellante] heeft daartoe als getuigen laten horen
[getuige 1]en
[getuige 2]. In contra-enquête heeft The Big House
[getuige 3],
[getuige 4]en
[geïntimeerde] doen horen.
3.3
De getuigen hebben, voor zover hier van belang, als volgt verklaard.
[getuige 1]
(…) We raakten aan de praat en [geïntimeerde] zei mij dat hij ook producten op Aruba importeert en verkoopt aan supermarkten.(…) Toen [geïntimeerde] op Sint Maarten was, heeft hij de producten in ons warehouse bekeken en hij heeft vier containers met producten gekocht. Hij heeft uitgezocht wat hij wilde meenemen en heeft toezicht gehouden op het vullen van de containers. We hebben een mondelinge overeenkomst van koop gesloten.(...) na het laden van de containers naar het kantoortje van Alex ([getuige 2]) zijn gegaan en daar voor [geïntimeerde] lijsten hebben opgesteld met alle producten die hij had uitgezocht met bijbehorende prijzen. Het ging om wel 35 tot 40 verschillende artikelen, waaronder zuivelproducten, zoals melk, schoonmaakspullen en wasmiddelen. De facturen zijn later samen met de inschepingspapieren per email aan [geïntimeerde] verstuurd.(…) Het was voor [[geïntimeerde]] duidelijk dat hij de producten kocht van Carmen (drie containers) en een container van het bedrijf van Alex. Alex was ook opgetreden als exporteur, althans een bedrijf van hem. (…) [geïntimeerde] heeft de spullen op Aruba ontvangen (…) [geïntimeerde] kocht de producten op naam van zijn bedrijf. Ik dacht dat dat The Big House heette. (…) [geïntimeerde] (…) zou als eerste betaling een bedrag van US$ 15.000,- betalen en vervolgen(s) elke twee weken een bedrag van US$ 10.000,-. (…) Ik ben voordat [geïntimeerde] naar Sint Maarten kwam nog een keer naar Aruba gegaan, op uitnodiging van [geïntimeerde]. We hebben toen Chinese supermarkten bezocht, waaraan [geïntimeerde] eerder wc-papier had verkocht. (…) Het klopt dat ik ook nog op Aruba ben geweest nadat de containers daar waren aangekomen. Ook toen zijn [geïntimeerde] en ik weer bij meerdere supermarkten geweest.
[getuige 2]
In de laatste week van oktober 2016 kwam [geïntimeerde] samen met Peter [getuige 1] naar mijn warehouse in Cole Bay. [getuige 1] vertegenwoordigde [appellante]. [geïntimeerde] heeft een aantal producten uitgezocht die hij naar Aruba wilde laten verschepen om daar te verkopen. We spraken een prijs af (…). [geïntimeerde] kocht die spullen van mij (een container) en van [appellante] (drie containers). (…) Voordat [geïntimeerde] Sint Maarten verliet beloofde hij om US$ 15.000,- in een keer te betalen na ontvangst van de rekening. (…) Het is juist dat ik met [geïntimeerde] en [getuige 1] in Aruba een paar supermarkten heb bezocht waar de producten van [geïntimeerde] al waren (…)
[getuige 3]
Ik heb een vrachtbedrijf. We doen douane inklaringen(…) We hebben ingeklaard voor deze meneer. Het heeft lang geduurd om het geld te krijgen. De containers zijn lang op de haven gebleven. Er was veel vertraging en er waren daardoor veel boetes. (…) [geïntimeerde] (…) was mijn contractspartij en hij was de importeur. Of zijn bedrijf, een van de twee (…)[Ik denk]
dat [geïntimeerde] contractspartij was omdat hij betaald heeft.
[getuige 4](partner/echtgenote [geïntimeerde]):
(…) ik was aanwezig toen de goederen aan de supermarkten werden verkocht.(…) [getuige 1] bood zeep en toiletpapier te koop aan. (…) [getuige 1] maakte zelf de facturen voor de supermarkten.(…)
[geïntimeerde]:
(…) [getuige 1] heeft me uitgenodigd om naar Sint Maarten te gaan. (…) [getuige 1] heeft me gevraagd of ik kon helpen met de verkoop van melk, papier en zeep. Daarom moesten we naar de container toe. (…) Ik wou geld verdienen op basis van commissie die hij had aangeboden (…) Ik heb gezegd dat ik daarmee akkoord ga. Ik was bereid om te helpen de producten op Aruba te verkopen. (…) Ik zou 30% ontvangen van wat er verkocht werd. [getuige 1] en [getuige 2] zouden naar Aruba komen om te verkopen.(…) Ik heb geen facturen gezien, en ook geen kantoor.(…) [getuige 2] en [getuige 1] hebben me om een persoonsnummer gevraagd om de producten in te voeren. Ik heb niet voor mezelf verkocht maar voor The Big House. Het persoonsnummer van The Big House werd gebruikt om de producten in te voeren.(…) [getuige 1] maakte de facturen.(…) Ik heb gezegd dat ik een hypotheek zou regelen. Maar dat was niet om hun te betalen. (…)
Bewijswaardering
3.4
De verklaringen van [getuige 1] en [getuige 2] geven steun aan de stelling van [appellante] dat [geïntimeerde] dan wel The Big House de goederen in Sint Maarten heeft gekocht. Beide getuigen hebben verklaard dat [geïntimeerde] in het warehouse van [getuige 2] op Sint Maarten goederen heeft uitgezocht om te verschepen naar Aruba, dat die goederen vervolgens in Sint Maarten in aanwezigheid van [geïntimeerde] in containers zijn geladen en dat de facturen naar [geïntimeerde] zijn verstuurd. Beide getuigen hebben ook verklaard dat [geïntimeerde] drie containers heeft gekocht van [appellante] en één container van [getuige 2] of een aan hem gelieerde vennootschap. De omstandigheid dat de verklaringen niet met elkaar overeenstemmen op het punt van de aanwezigheid van een kantoor(ruimte) in het warehouse van [getuige 2] ([getuige 1] spreekt over een kantoor(ruimte), volgens [getuige 2] is die er niet) doet niet af aan waar het in de kern om gaat: dat beide partijen duidelijk verklaren dat sprake is van koop. [Geïntimeerde] heeft bevestigd dat hij in Sint Maarten in het warehouse is geweest en daar goederen heeft bekeken.
3.5 [
Getuige 3] van het cargobedrijf dat de douane formaliteiten in Aruba heeft afgehandeld, heeft verklaard dat [geïntimeerde] of diens bedrijf zijn contractspartij was voor wie hij de goederen heeft ingeklaard en naar zijn opslagplaats heeft gebracht. [geïntimeerde] heeft de inklaringskosten betaald. Ook die verklaring draagt daarom bij aan het bewijs voor de stelling dat [geïntimeerde], althans The Big House de goederen heeft ingevoerd en daarvan eigenaar was. Temeer nu, zoals [appellante] onbetwist heeft gesteld, iemand die in consignatie koopt geen vracht- en invoerrechten hoeft te betalen.
3.6
Daar komt bij dat in de whatsapp-conversatie die begin 2017 is gevoerd tussen [geïntimeerde] en [getuige 2] over het sturen van invoices in verband met de douaneformaliteiten en de betaling van de invoerrechten (productie 4 bij inleidend verzoekschrift) [getuige 2] herhaaldelijk vraagt waar zijn geld blijft en wanneer [geïntimeerde] gaat betalen. Daarbij bericht hij op 23 februari 2017 aan [geïntimeerde]
:
‘(…) Daniel, you received your containers since November 2016, you know your business with those containers and you know well what you are doing continue do what good for you, now I am starting doing what is good for me, those containers are yours and you do what ever you want(…).
Remember that Daniel you came to St Maarten just for those containers we load them in front of you and you leave with them (…).’
[getuige 2] benoemt expliciet dat de containers met de goederen eigendom zijn van [geïntimeerde]. In de reactie van [geïntimeerde] op dat bericht ontkent hij niet dat de containers van hem zijn. Zijn reactie is een bericht aan [getuige 2] dat hij hem wil spreken omdat hij een oplossing heeft voor de container ‘
(I have a solution for the container’).
Conclusie
3.7
Dat alles leidt tot het volgende. Het Hof is van oordeel dat [appellante] niet is geslaagd in het bewijs van haar stelling dat [geïntimeerde] de goederen van haar heeft gekocht, laat staan dat hij die goederen heeft gekocht in de wetenschap dat hij noch The Big House voor de gekochte goederen zou betalen of verhaal zou bieden. De in het geding gebrachte lijsten en facturen staan alle op naam van The Big House. De [getuige 1] heeft bevestigd dat [geïntimeerde] de goederen kocht op naam van zijn bedrijf. Het Hof acht [appellante] daarom wel geslaagd in het bewijs van haar stelling dat The Big House goederen van haar heeft gekocht.
3.8
De verklaringen van de [getuige 4] (partner/echtgenote van [geïntimeerde]) en van [geïntimeerde] zijn onvoldoende om tot een andere uitkomst te komen. [getuige 4] heeft uit eigen wetenschap niets kunnen verklaren over de te bewijzen feiten. De verklaring van [geïntimeerde] die hij als getuige heeft afgelegd bevestigt zijn standpunt in deze procedure (te weten dat hij met [appellante] geen koopovereenkomst heeft gesloten maar een consignatieovereenkomst), maar moet gezien zijn betrokkenheid in deze procedure en zijn belang bij een voor hem gunstige afloop ervan met de nodige behoedzaamheid worden bekeken.
Specificatie vordering
3.9
In het tussenvonnis heeft het Hof overwogen (in r.ov. 3.7) dat indien [appellante] bewijst dat de goederen zijn gekocht, het Hof zal uitgaan van de totale koopprijs van USD 104.817,71 omdat [geïntimeerde] en The Big House geen verweer hebben gevoerd tegen dat bedrag. Het Hof is daarbij ervan uitgegaan dat [appellante] slaagt in het bewijs van haar stelling dat The Big House vier containers van haar heeft gekocht. In dat bewijs is [appellante] niet volledig geslaagd, nu op grond van de getuigenverklaringen van [getuige 1] en [getuige 2] moet worden aangenomen dat drie van de containers van [appellante] zijn gekocht en één van [getuige 2].
3.1
Dat betekent dat [appellante] alsnog is gehouden om haar vordering nader te specificeren in die zin dat zij inzichtelijk moet maken welke facturen en bedragen betrekking hebben op de goederen in de drie containers die zij aan The Big House heeft verkocht. Het Hof zal [appellante] daartoe in de gelegenheid stellen en de zaak naar de rol verwijzen waarbij [appellante] een akte kan nemen en The Big House een antwoordakte.
3.12
Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.
B E S L I S S I N G
Het Hof:
verwijst de zaak naar de rol van 31 maart 2026 voor het nemen van een akte door [appellante] waarna The Big House een antwoordakte kan nemen,
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mrs. E.A. Saleh, G.C.C. Lewin en C.J.H.G. Bronzwaer, leden van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba en ter openbare terechtzitting van het Hof in Aruba uitgesproken op 10 februari 2026 in tegenwoordigheid van de griffier.