ECLI:NL:OGHACMB:2026:156
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Verhaalbaarheid van begrafeniskosten op erfgenamen na verkeersongeval
Een werknemer is overleden bij een verkeersongeval. De werkgever, Arucar N.V., heeft de begrafeniskosten betaald en vordert verhaal op de gezamenlijke erfgenamen van de overledene. De rechtbank wees de vordering af. In hoger beroep heeft het Hof eerst een tussenvonnis gewezen vanwege een betekeningsprobleem, waarna de stukken correct zijn betekend.
Het Hof oordeelt dat de kosten van lijkbezorging tot de schulden van de nalatenschap behoren en dat de vordering van Arucar op de nalatenschap kan worden verhaald. De vordering is bevoorrecht op grond van artikel 3:288 BW Pro Aruba. Echter, de erfgenamen zijn niet hoofdelijk aansprakelijk; zij zijn slechts aansprakelijk naar rato van hun erfdeel conform artikel 4:184 lid 2 BW Pro Aruba.
Arucar heeft de kosten betaald als zaakwaarnemer, wat een geldige grondslag vormt voor de vordering. Het conservatoir beslag op een levensverzekeringsuitkering is terecht gelegd en de vordering kan daarop worden verhaald. Er is geen bewijs van buitengerechtelijke incassokosten, zodat die vordering wordt afgewezen. Het Hof vernietigt het vonnis van het gerecht en wijst de vordering toe zonder hoofdelijkheid, met veroordeling van de erfgenamen in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering tot betaling van begrafeniskosten wordt toegewezen en kan worden verhaald op de nalatenschap, waarbij erfgenamen slechts naar erfdeel aansprakelijk zijn.