ECLI:NL:OGHACMB:2025:157
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over begrafeniskosten als schulden van de erflater volgens oud Arubaans recht
In deze zaak vordert Arucar N.V. verhaal van begrafeniskosten die zij heeft voorgeschoten voor een werknemer die bij een verkeersongeval in Aruba is overleden. De gezamenlijke erfgenamen verschenen niet in hoger beroep. Het Gerecht in eerste aanleg wees de vordering af op grond van oud Arubaans erfrecht en overgangsrecht.
Het Hof beoordeelt de zaak opnieuw en constateert een gebrekkige betekening aan de erfgenamen. Daarom wijst het een tussenvonnis toe om de stukken op de laatste woonplaats van de overledene rechtsgeldig te betekenen. Voorshands oordeelt het Hof dat de kosten van lijkbezorging volgens het oude recht van Aruba wel degelijk als boedelschuld gelden en dus tot de schulden van de erflater behoren.
Het Hof baseert dit oordeel op een combinatie van geschreven en ongeschreven recht, literatuur en Nederlandse jurisprudentie die vergelijkbare situaties behandelt. Het Hof houdt verdere beslissing aan en geeft de deurwaarder opdracht tot correcte betekening. De zaak wordt voortgezet afhankelijk van het eventuele indienen van een memorie van antwoord door de erfgenamen.
Uitkomst: Het Hof oordeelt voorshands dat begrafeniskosten tot de schulden van de erflater behoren en beveelt een nieuwe betekening aan de erfgenamen.