ECLI:NL:OGHACMB:2026:150
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vonnis over afrekening huur bedrijfspand na te late memorie van grieven
De vennootschap [huurder] huurde een bedrijfspand van [verhuurder] en voerde reparaties en verbouwingen uit. Na beëindiging van de huurovereenkomst ontstond een geschil over de afrekening, waarbij [verhuurder] achterstallige huurpenningen vorderde en [huurder] vergoeding van gemaakte kosten.
Het Gerecht wees de vordering van [verhuurder] toe en wees de reconventionele vordering van [huurder] af. [Huurder] stelde hoger beroep in, maar diende haar memorie van grieven te laat in, wat het Hof als fataal beoordeelde. De termijn van zes weken is van openbare orde en niet verlengbaar.
Inhoudelijk nam het Hof het oordeel van het Gerecht over dat de wederzijdse verplichtingen en afspraken in de huurovereenkomst duidelijk waren en dat de vordering van [huurder] onvoldoende was onderbouwd. De stelling van een afspraak over verrekening van investeringen werd niet bewezen, en de kosten van reparaties vielen voor rekening van [huurder].
Het Hof oordeelde dat de vordering van [huurder] niet toewijsbaar was en bevestigde het vonnis van het Gerecht. [Huurder] werd veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het Hof bevestigt het vonnis van het Gerecht en wijst de vordering van de huurder af wegens te late memorie van grieven en onvoldoende onderbouwing.