ECLI:NL:OGHACMB:2026:121
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Ontbinding huurovereenkomsten en afwijzing schadevergoedingen in hoger beroep
Deze zaak betreft het hoger beroep tegen het vonnis van het Gerecht in eerste aanleg Sint Maarten over de ontbinding van huurovereenkomsten tussen [huurder] en de stichting [verhuurder]. Het Gerecht had de ontbinding van de huurovereenkomsten bevestigd, ontruiming bevolen, gebruiksvergoeding opgelegd en schadevergoedingen toegewezen.
In hoger beroep vernietigt het Hof het vonnis voor zover het gaat om de over en weer te betalen schadevergoedingen en wijst deze vorderingen af. De ontbinding wegens wanbetaling en verboden onderhuur wordt bevestigd. Het Hof oordeelt dat de verhuurder onvoldoende heeft onderbouwd dat onderverhuur van ruimten in de gebouwen verboden was, waardoor de schadevorderingen op die grond niet toewijsbaar zijn.
Verder wordt vastgesteld dat de huurder een huurachterstand had die de ontbinding rechtvaardigde, ondanks latere betaling. De vordering tot voortzetting van de huurovereenkomst wordt afgewezen. Ook de vordering tot vernietiging van de notariële akte van eigendomsoverdracht wordt verworpen. Ten aanzien van vergoeding voor opstallen wijst het Hof een vergoeding uit ongerechtvaardigde verrijking af, gelet op de omstandigheden en eerdere huurbetalingen.
De proceskosten worden deels gecompenseerd: iedere partij draagt eigen kosten in het principaal hoger beroep, terwijl de huurder in het incidenteel hoger beroep wordt veroordeeld tot betaling van de proceskosten van de stichting. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Het Hof bevestigt de ontbinding van de huurovereenkomsten en wijst de vorderingen tot schadevergoeding af.