Op 2 april 2026 werd Global Entertainment Security N.V. (GES) op eigen verzoek failliet verklaard door het Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten. Appellanten, waaronder een aandeelhouder, kwamen op 9 april 2026 in hoger beroep tegen het vonnis, met name tegen de boedelbijdrage van NAf 2.500,- die de aandeelhouder zou moeten betalen.
De curator gaf aan geen boedelbijdrage te vorderen omdat de boedel voldoende liquide was. Op 23 april 2026 trokken appellanten hun hoger beroep in, onder de voorwaarde dat de proceskosten ten laste van de faillissementsboedel zouden komen. De curator verzette zich hiertegen.
Het Hof oordeelde dat appellanten niet-ontvankelijk zijn in hoger beroep omdat eigen aangifte faillissement geen hoger beroep toelaat en belanghebbenden pas hoger beroep kunnen instellen nadat verzet is vernietigd. Het verzoek tot proceskostenvergoeding werd afgewezen omdat het hoger beroep geen kans van slagen had en de boedelbijdrage conform richtlijnen en eerdere uitlatingen was vastgesteld.
Het Hof verklaarde appellanten niet-ontvankelijk en wees het verzoek tot proceskostenveroordeling af.