Uitspraak
1.De zaak in het kort
2.Het verloop van de procedure
3.De beoordeling
–het Hof neemt aan bij vergissing
-niet als zodanig in het dictum opgenomen.
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
In deze zaak staat centraal of een leningverstrekker nog aanspraak kan maken op een vordering uit een leningsovereenkomst van 2015. De lening werd door de schuldenaar vermeend volledig afgelost, maar de leningverstrekker vorderde betaling van een restantbedrag plus rente en kosten.
De rechtbank wees de vordering in verzet af omdat de aflossingen volgens de schuldenaar waren voldaan en de leningverstrekker dit onvoldoende had weersproken. In hoger beroep betwist de leningverstrekker de aflossingen en voert zij aan dat de vordering niet verjaard is vanwege een stuitingsbrief uit 2017.
Het Hof stelt vast dat de stuitingsbrief de schuldenaar niet tijdig heeft bereikt en dat de vordering daardoor verjaard is. De eerste aanmaning dateert van 2022, na het verstrijken van de verjaringstermijn. Daarom slaagt het beroep op verjaring. Tevens oordeelt het Hof dat de leningverstrekker het bedrag dat de schuldenaar na het verstekvonnis betaalde moet terugbetalen. De zaak wordt verwezen voor nadere bewijslevering over de daadwerkelijke betalingen en verdere beslissing wordt aangehouden.
Uitkomst: Het Hof oordeelt dat de vordering is verjaard en verwijst de zaak voor nadere bewijslevering over terugbetaling.