Uitspraak
1.Het verloop van de procedure
2.De beoordeling
-sanctuary.
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
In deze zaak staat een geschil centraal over de betaling van werkzaamheden voor de bouw van een omheining ten behoeve van een terrein voor zwerfhonden. De aannemer vordert betaling van een bedrag dat volgens hem nog openstaat bovenop de reeds betaalde facturen. Hij stelt dat partijen een vaste aanneemsom van NAf 55.822 zijn overeengekomen.
De opdrachtgever betwist dit en voert aan dat slechts een dagloon is overeengekomen, dat volledig is voldaan door betaling van de ingediende facturen. Het Gerecht in eerste aanleg wees de vordering van de aannemer af, omdat onvoldoende bewijs was geleverd voor een andere prijsafspraak.
In hoger beroep bevestigt het Hof dit oordeel. Het Hof stelt vast dat partijen geen vaste prijs zijn overeengekomen, maar een dagloon voor gewerkte uren. De aannemer heeft facturen ingediend en betaald gekregen voor de gewerkte uren en gebruikte materialen. De vordering tot betaling van het verschil wordt daarom afgewezen. Ook de subsidiaire grondslag op grond van een redelijke prijs ex art. 7:752 lid 1 BW Pro faalt.
Het Hof verleent de aannemer wel verlof tot kosteloos procederen, maar veroordeelt hem in de proceskosten van de stichting. De vordering wordt definitief afgewezen en het vonnis van het Gerecht in eerste aanleg wordt bekrachtigd.
Uitkomst: Het Hof bevestigt dat partijen een dagloonovereenkomst sloten en wijst de vordering van de aannemer af wegens volledige betaling door de stichting.