Uitspraak
1.Het verloop van de procedure
2.De beoordeling
-sanctuary.
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
In deze zaak gaat het om een hoger beroep van een aannemer tegen een stichting over een geschil omtrent een overeenkomst van opdracht voor de bouw van een omheining. De aannemer, [appellant], vordert betaling van een bedrag van NAf 22.372, dat hij stelt te zijn overeengekomen als de totale aanneemsom van NAf 55.822. De stichting, gedaagde in eerste aanleg, betwist dat er een vaste prijs is overeengekomen en stelt dat er een dagloon is afgesproken. Het Gerecht in eerste aanleg heeft de vordering van de aannemer afgewezen, omdat deze niet voldoende bewijs heeft geleverd voor zijn stelling dat een vaste prijs is overeengekomen. In hoger beroep heeft het Hof de zaak beoordeeld en vastgesteld dat de aannemer onvoldoende bewijs heeft geleverd voor zijn claim. Het Hof oordeelt dat de partijen een prijs zijn overeengekomen die gebaseerd is op de daadwerkelijk gewerkte uren tegen een dagloon. Het Hof bevestigt het vonnis van het Gerecht in eerste aanleg en veroordeelt de aannemer in de proceskosten van de stichting. De uitspraak is gedaan op 18 november 2025.