Uitspraak
1.Het verdere verloop van de procedure
2.De verdere beoordeling na cassatie en terugwijzing
concept-engagement lettergezonden aan SZV, met het verzoek om zijn reactie daarop. Bij e-mailbericht van dezelfde dag heeft de directiesecretaris van SZV daarop de volgende reactie gegeven:
deliverablesopgenomen (p. 3). Verder is daarin een planning opgenomen, waarbij de diverse stappen in de vier projecten zijn weergegeven. Bij de stappen in project (1) en een deel van de stappen in project (2) is per stap weergegeven wat de begin- en de einddatum zijn, wat de duur van dat onderdeel zal zijn, in hoeverre dat onderdeel is verwezenlijkt en aan wie de desbetreffende werkzaamheden zijn toegewezen. Bij de rest van de stappen in project (2) en die in de projecten (3) en (4) ontbreekt deze weergave en is in het opmerkingenveld weergegeven
"this is tentative until site visit". Op 8 april 2016 heeft ES aan de hand van het projectplan een presentatie gegeven aan SZV.
"compliance vanuit een legislative perspective, geen automatisering". ES is daarbij verzocht om
"per ommegaande de nieuwe tijdsplanning en deliverables op te leveren"en
"met SZV rond de tafel te gaan zitten om de andere punten die de directeur tijdens de presentatie van 8 april jl. naar voren bracht af te wikkelen".
blijft facturen zenden voor aanzienlijke bedragen zonder dat SZV enige controle heeft op de door [naam directeur ES] uitgevoerde werkzaamheden en gefactureerde kosten. (...) De voorgestelde vier (4) projecten van [naam directeur ES] in de huidige vorm zijn daardoor onuitvoerbaar en overbodig geworden.
“Re: Einde overeenkomst van opdracht”. SZV wilde geen uitvoering meer geven aan de mantelovereenkomst noch aan de engagement letter. ES was steeds bereid de opdracht te blijven uitvoeren en heeft zulks laatstelijk bij de vergadering van 5 juli 2016 aan SZV verklaard. Volgens ES was die vergadering door SZV alleen maar bedoeld om de weg vrij te maken voor een nieuwe consultant met wie SZV al contact had gehad. Het ontbindingsverzoek van SZV aan de rechter is slechts een poging om onder het beëindigingsbeding uit te komen, aldus ES.
Voor SZV is de situatie niet langer houdbaar’en ‘
De voorgestelde vier (4) projecten van [naam directeur ES] in de huidige vorm zijn daardoor onuitvoerbaar en overbodig geworden’kunnen moeilijk anders worden begrepen dan dat SZV de relatie met ES wilde beëindigen. SZV heeft in die brief eveneens de mantelovereenkomst opgezegd en meegedeeld dat de voorgestelde vier projecten, die het onderwerp van de engagement letter waren, niet meer uitvoerbaar waren en overbodig waren geworden. Daarmee gaf SZV te kennen – en ES heeft dat zo mogen begrijpen – dat de samenwerking wat haar betreft beëindigd was. Van het, in de woorden van SZV
“door de rechter preventief laten toetsen van de beëindiging”, is geen sprake. De reden dat SZV naar de rechter wilde om de overeenkomst te laten ontbinden was enkel om te voorkomen dat zij enige vergoeding aan ES verschuldigd zou worden op grond van de engagement letter. Dat SZV in het geval de rechter anders zou oordelen, bereid zou zijn verder te gaan met ES blijkt niet uit de brief van 6 juli 2016 en dat heeft ES ook niet zo hoeven te begrijpen. Naar het oordeel van het Hof is daarmee sprake van een
“early termination on part of SZV for any reason”als bedoeld in het beëindigingsbeding in de engagement letter.
“penalty”die in het beëindigingsbeding is opgenomen. Grief 3 faalt dus.