Uitspraak
Procesverloop
Overwegingen
Uit artikel 26, eerste lid, van de Lwtf volgt dat een dienstverlener een verrichte of voorgenomen ongebruikelijke transactie onverwijld moet melden aan het MOT nadat het ongebruikelijke karakter van de transactie hem bekend is geworden.
Uit artikel 2, eerste lid, aanhef en onder c, van de Regeling indicatoren ongebruikelijke transacties (AB 2012, no. 47) (hierna: de Regeling) volgt dat een waarde van Afl. 500.000,- of meer wordt gezien als een indicator van een ongebruikelijke girale transactie.
Uit artikel 48, eerste lid, van de Lwtf volgt onder meer dat CBA richtlijnen kan geven en voorlichting verschaft over de toepassing van de hoofdstukken 2, 3, 4 en 6 van de Lwtf.
CBA hanteert een ‘Leidraad vaststellen van de hoogte van bestuurlijke boetes’ (hierna: de Leidraad), waaruit volgt onder welke omstandigheden het basisbedrag van een boete kan worden verhoogd of verlaagd.
In een intern ‘Kalibratiemodel’ heeft CBA het in de Leidraad opgenomen beleid nader uitgewerkt en geconcretiseerd.
In artikel 41, eerste lid, aanhef en onder b, van de Lwtf staat dat de bevoegdheid om een bestuurlijke boete op te leggen vervalt, drie jaren na de dag waarop de niet-naleving van het voorschrift is geconstateerd.