Uitspraak
Zaaknummer: H-29/24
Vonnis
[verdachte],
:
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
De verdachte was in eerste aanleg veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf wegens het niet tijdig doen van winstbelastingaangiften over meerdere jaren. Het hof behandelde het hoger beroep tegen dit vonnis en nam het standpunt van het openbaar ministerie en de verdediging in overweging.
De procureur-generaal stelde dat de uitnodigingen tot het doen van aangifte weliswaar niet direct bewaard waren, maar dat uit bulkdata en het dossier voldoende bleek dat deze per post waren verstuurd. De verdediging betoogde dat voor het bedrijf van verdachte geen aangifteplicht bestond omdat geen uitnodiging was ontvangen.
Het hof oordeelde dat onvoldoende wettig bewijs was geleverd dat de uitnodigingen daadwerkelijk aan het bedrijf van verdachte waren verstuurd. De bulkdata boden geen zekerheid over ontvangst op het juiste adres en het enkel ontvangen van aanmaningen was onvoldoende om een uitnodigingsplicht aan te nemen.
Daarom werd het vonnis van de rechtbank vernietigd en verdachte vrijgesproken van het ten laste gelegde. Het hof stelde dat strafbaarheid op grond van de Algemene Landsverordening Landsbelastingen vereist dat de uitnodiging tot aangifte is gedaan, hetgeen hier niet voldoende was bewezen.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs dat uitnodigingen tot winstbelastingaangifte zijn verstuurd.