Uitspraak
GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE
[APPELLANTE],
[GEÏNTIMEERDE],
Het verloop van de procedure
De beoordeling
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
In deze civiele zaak vordert appellante de schorsing van de tenuitvoerlegging van een vonnis dat haar veroordeelt tot ontruiming van een perceel en betaling van huurpenningen aan geïntimeerde. Het vonnis van het Gerecht in eerste aanleg is uitvoerbaar bij voorraad en legt onder meer op dat appellante het perceel binnen twee weken moet verlaten en aanzienlijke bedragen aan huurpenningen moet afdragen.
Het Hof gaat bij de beoordeling van de schorsingsvordering uit van de feiten zoals vastgesteld in eerdere procedures, waaronder de eigendomsverhoudingen en het langdurig gebruik van het perceel door appellante. Appellante woont op het perceel en is 76 jaar oud, hetgeen zwaarwegende belangen schept bij schorsing van de ontruiming. Geïntimeerde is slechts deelgenoot van de boedel en heeft onvoldoende gespecificeerd welk belang hij heeft bij spoedige ontruiming.
Ook de verplichting tot afdracht van huurpenningen brengt voor appellante grote financiële moeilijkheden mee. Het belang van geïntimeerde bij onmiddellijke uitvoering is beperkt, omdat de bedragen niet direct aan hem toekomen maar aan de gezamenlijke deelgenoten. Het Hof acht het daarom redelijk dat geïntimeerde de uitkomst van het hoger beroep afwacht.
Op grond van deze belangenafweging schorst het Hof de tenuitvoerlegging van het vonnis voor de duur van de hoger beroepsprocedure en houdt het de beslissing over de kosten aan tot het eindvonnis.
Uitkomst: De tenuitvoerlegging van het vonnis tot ontruiming en huurpenningenafdracht wordt geschorst gedurende de hoger beroepsprocedure.