Uitspraak
Aanvulling van de bewijsmiddelen
de verdachteafgelegd ter terechtzitting in hoger beroep van 30 november 2023. Deze verklaring houdt in, voor zover hier van belang en zakelijk weergegeven:
C.C.] afgelegd ter terechtzitting in hoger beroep van 30 november 2023. Deze verklaring houdt in, voor zover hier van belang en zakelijk weergegeven, het volgende:
nietnaar mij was toegekomen met de vraag om geld. Ik denk dat ik misschien wel donaties zou hebben betaald aan de partij, maar niet aan hem, niet aan [de verdachte]. Dat denk ik niet.
verbalisant voornoemd:
1.De ontvankelijkheid van het openbaar ministerie in de vervolging
2.aannemen van steekpenningen (feit 1)
- de geldbedragen die [C.C.] aan de verdachte heeft betaald donaties waren voor de politieke partij van de verdachte;
- de verklaringen van [C.C.] die inhouden dat deze betalingen steekpenningen waren in ruil voor “a fair seat at the table” onbetrouwbaar zijn en slechts hersenspinsels van [C.C.];
- de verdachte deze geldbedragen heeft aangenomen niet wetende dat deze hem door [C.C.] werden gedaan teneinde hem te bewegen om “in strijd met zijn plicht of zijn bediening iets te doen of na te laten” en ook nergens uit blijkt op welke wijze de verdachte dan de facto invulling heeft gegeven aan het “in strijd met zijn plicht of bediening iets doen of nalaten”;
- de verklaring van de verdachte vindt steun in de getuigenverklaring van [getuige B.] afgelegd ter terechtzitting in hoger beroep van 29 november jl. die de verdachte daar volkomen heeft vrijgepleit en de waarheid heeft verteld.
- de verdachte kan als Statenlid noch als commissielid van TEATT rechtstreekse invloed uitoefenen op de beslissingen die door BTP zijn genomen ten aanzien van de aankoop van het Lea gebouw, het onderhoudscontract of de gunning van de herstelwerkzaamheden na orkaan Irma aan [C.C./rechtspersoon 1 van C.C.] (zie pleitnota nummers 2.6 t/m 2.21);
- de verklaringen van [C.C.] zijn onbetrouwbaar omdat hij op die manier zijn eigen strafbare handelen heeft verdoezeld en hij is beloond met een transactie aanbod. Zijn verklaringen zijn niet bruikbaar voor het bewijs (zie pleitnota nummers 3.1 t/m 3.15).
nietaan de verdachte zou hebben betaald indien de verdachte
nietnaar hem toe zou zijn gekomen. [C.C.] heeft de verdachte toegezegd USD 100.000 te betalen hetgeen uiteindelijk iets minder is geworden. Anders dan de raadsman heeft aangevoerd acht het Hof deze verklaring niet in strijd met de verklaring die [C.C.] daarover heeft afgelegd bij de rechter-commissaris op 20 november jl. Ook toen heeft hij verklaard dat hij aan [de verdachte] wat betreft BTP steekpenningen heeft betaald en daarvoor de opdracht heeft gekregen om de herstelwerkzaamheden aan het gebouw na Irma uit te voeren. Het voorgaande sluit immers niet uit dat hij steekpenningen heeft betaald na de verkoop van het Lea gebouw.
3.Deelnemen aan aannemingen of leveranties (feit 2)
ten deleaan de verdachte is opgedragen, hetgeen uit het voorgaande volgt. Daarbij komt dat, indien niet aan de Statenleden het toezicht geheel of ten dele is opgedragen over dergelijke direct onder de minister ressorterende openbare rechtspersonen die worden gefinancierd uit publieke gelden en die geacht worden gelden af te dragen aan het Land, de retorische vraag opkomt: aan wie dan wel?
5 (vijf) jarenvan het recht te worden verkozen tot lid van algemeen vertegenwoordigende organen;