ECLI:NL:OGHACMB:2023:4
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over beëindiging huurovereenkomst en betalingsverplichtingen woning Curaçao
De zaak betreft een geschil over de beëindiging van een huurovereenkomst voor een woning te Curaçao en de betaling van achterstallige huur en bijkomende kosten. De huurders waren in eerste aanleg veroordeeld tot betaling van een aanzienlijk bedrag aan huurachterstand, kosten voor water, elektra en afvalstoffenbelasting. In hoger beroep hebben de huurders hun eis gewijzigd en meerdere grieven aangevoerd.
Het Hof heeft vastgesteld dat de huurders de huur over april en mei 2019 niet hebben betaald, ondanks hun stelling en bewijsaanbod. De huurovereenkomst is niet geëindigd per 31 december 2019 zoals de huurders betoogden, omdat zij tot eind januari 2020 de kans kregen om de achterstand in te lopen en de overeenkomst na het eerste jaar een overeenkomst voor onbepaalde tijd werd. De huurders hebben de woning niet op correcte wijze ter beschikking gesteld aan de verhuurster, waardoor zij de huurprijs verschuldigd zijn tot 31 juli 2020.
De huurders hebben een beroep gedaan op onvoorziene omstandigheden vanwege de coronapandemie, maar het Hof oordeelt dat dit onvoldoende is voor huurprijsvermindering. De verplichtingen voor water, elektra en afvalstoffenbelasting worden eveneens geacht te zijn geëindigd per 31 juli 2020. Het Hof vernietigt het vonnis van eerste aanleg en veroordeelt de huurders tot betaling van NAf 49.304,61, vermeerderd met wettelijke rente over NAf 27.000,- vanaf 15 juli 2020, en in de proceskosten van eerste aanleg. De proceskosten in hoger beroep worden gecompenseerd.
Uitkomst: Huurders veroordeeld tot betaling van NAf 49.304,61 met wettelijke rente vanaf 15 juli 2020, zonder huurprijsvermindering wegens coronapandemie.