Uitspraak
.
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Op 23 juni 2023 werd verdachte bij aankomst op Bonaire aangehouden met een bedrag van USD 4.969,- in contanten, waarvan werd vermoed dat het afkomstig was uit een misdrijf. Verdachte verklaarde dat het geld bestemd was voor de aankoop van een betonmolen op Curaçao, bedoeld voor de neef van zijn vrouw, een metselaar die op Bonaire woont.
De officier van justitie vorderde een veroordeling wegens witwassen en verbeurdverklaring van het geld. Het gerecht onderzocht de zaak aan de hand van de jurisprudentie van de Hoge Raad over het bewijs van witwassen en het gebruik van typologieën, zoals het fysiek vervoeren van grote contante bedragen en veel kleine coupures. Daarnaast werd een whatsapp-gesprek met vermoedelijke verwijzingen naar drugs en wapens onderzocht, maar dit leverde geen voldoende bewijs op voor betrokkenheid van verdachte bij strafbare feiten.
De verklaring van verdachte werd beoordeeld als concreet en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijk, hoewel niet volledig verifieerbaar omdat namen niet werden gegeven. Gezien het ontbreken van aanvullend onderzoek door het openbaar ministerie en het feit dat verdachte op advies van zijn advocaat grotendeels zwijgzaam bleef, kon het vermoeden van witwassen niet worden bevestigd. Het gerecht sprak verdachte vrij en gelastte de bewaring van het geldbedrag ten behoeve van de rechthebbende.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van witwassen wegens onvoldoende bewijs en een verifieerbare verklaring.