Uitspraak
1.[APPELLANTE 1],
[APPELLANT 2],
1.[GEÏNTIMEERDE],
[KIND 1],
[KIND 2],
[KIND 3],
[KIND 4],
[KIND 5],
[KIND 6],
[KIND 7],
Het verloop van de procedure
De beoordeling
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
In deze zaak staat een huurgeschil centraal over een bedrijfsruimte die deel uitmaakt van een vennootschappelijke gemeenschap en nalatenschap. Appellanten, erfgenamen en vennoten, zijn in hoger beroep gekomen tegen een vonnis dat appellant 2 veroordeelde tot betaling van huurachterstanden en ontruiming van de bedrijfsruimte.
De feiten betreffen een huurovereenkomst uit 2012, een vennootschap onder firma die is ontbonden, en een nalatenschap die nog niet is verdeeld. De huurprijs was verlaagd tijdens de coronacrisis via een bijlage bij de huurovereenkomst, maar de rechtsgeldigheid daarvan wordt betwist. Het Gerecht veroordeelde appellant 2 tot storting van huurpenningen op een derdengeldenrekening en tot ontruiming bij niet-betaling.
Het Hof oordeelt dat de huurachterstand voorshands voldoende aannemelijk is, maar matigt het bedrag van NAf 91.800,- tot NAf 50.000,-. Het belang van geïntimeerde bij het veiligstellen van huurinkomsten wordt erkend, evenals het belang van appellant 2 om niet onnodig geld te missen. Het Hof vernietigt het vonnis van eerste aanleg en spreekt een nieuwe veroordeling uit met aangepaste dwangsommen en compenseert de proceskosten.
Uitkomst: Appellant 2 wordt veroordeeld tot betaling van NAf 50.000,- huurachterstand op derdengeldenrekening en tot ontruiming bij niet-betaling.