Uitspraak
Zaaknummer: H-209/2019
Beslissing
[Veroordeelde],
mr. M.L.A. Angela, en van hetgeen door de veroordeelde en zijn raadsvrouw,
mr. S.K. Snel, naar voren is gebracht.
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Het Gemeenschappelijk Hof van Justitie heeft op 18 november 2021 het hoger beroep behandeld tegen de ontnemingsbeslissing van het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao. Het Gerecht had het wederrechtelijk verkregen voordeel vastgesteld op NAf 4.491.130,57 en de veroordeelde verplicht tot betaling aan het land Curaçao, met vervangende hechtenis bij niet-betaling.
De verdediging voerde meerdere verweren aan, waaronder nietigheid van de vordering, onjuiste vaststelling van het bedrag, matiging van de betalingsverplichting wegens draagkracht en overschrijding van de redelijke termijn. Het Hof verwierp deze verweren, onder meer omdat de ontnemingsrechter gebonden is aan het oordeel in de hoofdzaak, maar wel een zelfstandig oordeel heeft over de vaststelling van het bedrag.
Het Hof oordeelde dat de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel op basis van de omzet en betalingen aan subagenten voldoende is onderbouwd. Ook werd geen matiging toegepast wegens de passieve houding van autoriteiten of overschrijding van de redelijke termijn in eerste aanleg. De draagkrachtverweren werden verworpen wegens onvoldoende onderbouwing.
Het Hof bevestigde daarmee de beslissing van het Gerecht en legde de betalingsverplichting ongewijzigd op. De uitspraak werd gedaan in aanwezigheid van de griffier tijdens de openbare terechtzitting te Curaçao.
Uitkomst: Het Hof bevestigt de ontnemingsbeslissing en legt een betalingsverplichting van NAf 4.491.130,57 op aan de veroordeelde.