Uitspraak
27 mei 2020 in zaak nr. AUA20200888, op het verzoek van appellante tot het treffen van een voorlopige voorziening, bedoeld in artikel 54 van Pro de Landsverordening administratieve rechtspraak (hierna: de Lar), hangende het geding tussen:
Procesverloop
Voor doorbreking van een appèlverbod kan grond bestaan, als sprake is van een ernstige schending van de eisen van een goede procesorde dan wel van fundamentele rechtsbeginselen, zodanig dat van een eerlijk proces geen sprake is. Wat appellant daarover heeft aangevoerd, biedt geen grond voor het oordeel dat deze situatie zich in dit geval voordoet.