Uitspraak
GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE VAN
ARUBA, CURAÇAO, SINT MAARTEN EN VAN
BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA
1.Het verloop van de procedure
2.De beoordeling
- [appellant] is aannemer.
- Bij Landsbesluit van 17 april 2011 heeft de Gouverneur van Curaçao de “implementatie manager” machtiging verstrekt om de bij het besluit gevoegde “arbeidsovereenkomst” aan te gaan met [appellant].
- De bij het Landsbesluit behorende overeenkomst heeft als opschrift “Overeenkomst van opdracht voor het onderhouden van het Beheersgebied” en vermeldt als opdrachtnemer “[A] schoonmaak bedrijf”, vertegenwoordigd door [appellant]. De overeenkomst voorziet in het maandelijkse onderhoud door [appellant] van tien pleinen.
- De overeenkomst heeft een looptijd van zes maanden, ingaande 17 april 2011. Op grond van de overeenkomst heeft [appellant] aanspraak op een vergoeding van NAf 3.750 per plein per maand, exclusief OB.
- De facturen in verband met het door [appellant] verrichte werk staan op naam van “[A] contractors N.V.”
- Na afloop van de bepaalde termijn is de overeenkomst voor de duur van één maand verlengd tot 17 november 2011.
- de schriftelijke overeenkomst voorzag in een vergoeding per maand (voor alle tien pleinen gezamenlijk) van NAf 39.375 inclusief OB;
- dit bedrag is gedurende de eerste vijf maanden door het Land betaald;
- over de zesde maand van de overeenkomst en over de ene maand verlenging heeft het Land NAf 21.000 per maand betaald;
- voor de maand verlenging was dat lagere bedrag tussen partijen afgesproken;
- volgens [appellant] was deze lagere prijs niet afgesproken voor de zesde maand en het Land heeft naar het oordeel van het Gerecht onvoldoende gesteld om deze (van de schriftelijke overeenkomst afwijkende) afspraak te kunnen aannemen;
- [appellant] heeft daarom over die zesde maand recht op het verschil tussen NAf 39.375 en NAf 21.000.