ECLI:NL:OGHACMB:2020:129
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
- Hoger beroep
- T.G. Lautenbach
- S.A. Carmelia
- M.B. van den Enden
- Rechtspraak.nl
Verdeling schoolvakanties minderjarige tussen ouders in hoger beroep
De zaak betreft een hoger beroep van de moeder tegen een beschikking van het Gerecht in eerste aanleg over de verdeling van schoolvakanties van hun minderjarige kind. De moeder was het niet eens met de door de vader voorgestelde vakantieverdeling die door het Gerecht was vastgesteld.
In eerste aanleg had het Gerecht de vakanties verdeeld conform het voorstel van de vader, waarbij de minderjarige in even jaren drie weken zomervakantie, de hele herfstvakantie en de eerste helft van de kerstvakantie bij de vader zou verblijven, en in oneven jaren deze periodes bij de moeder. De moeder stelde bezwaren tegen deze regeling, met name over de kerstvakantie vanwege haar werk en het verblijf in het buitenland.
Het Hof oordeelde dat de moeder niet in haar verdediging was geschaad door de wisseling van rechters en dat de vakantieverdeling verduidelijkt moest worden, met name dat de paasvakantie geheel afwisselend bij de ouders doorgebracht wordt. Voor de kerstvakantie stelde het Hof een nieuwe regeling vast waarbij de minderjarige in de even jaren de eerste tien dagen bij de moeder verblijft en in de oneven jaren bij de vader, met wisseling aan het begin van de avond van de tiende dag. Dit maakt een volwaardig verblijf in het buitenland mogelijk en zorgt voor meer rust tijdens de kerstdagen.
De kosten van de procedure worden gecompenseerd zodat iedere partij haar eigen kosten draagt. De eerdere beschikking wordt vernietigd voor zover deze de vakantieverdeling betreft en het Hof doet opnieuw recht met de aangepaste regeling.
Uitkomst: De vakantieverdeling wordt aangepast met een nieuwe regeling voor de kerstvakantie en de paasvakantie wordt volledig afwisselend verdeeld.