Art. 148a Faillissementsbesluit 1931Art. 261 lid 2 Faillissementsbesluit 1931Art. 261 lid 5 Faillissementsbesluit 1931Art. 266 Faillissementsbesluit 1931Art. 1 Faillissementsbesluit 1931
AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Uitspraak hoger beroep weigering homologatie en ambtshalve faillissement Insel Air
In deze zaak heeft het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba op 26 februari 2019 uitspraak gedaan in het hoger beroep tegen de weigering van homologatie van het schuldeisersakkoord van Insel Air International B.V.
De eerste aanleg had op 16 januari 2019 de homologatie geweigerd omdat de nakoming van het akkoord onvoldoende was gewaarborgd. Zowel Insel Air als interCaribbean Airways Ltd. zagen geen mogelijkheden meer om uitvoering te geven aan de heads of agreement, en de beoogde investeerder trok zich terug. Hierdoor was onvoldoende zekerheid voor nakoming aanwezig.
InterCaribbean werd niet-ontvankelijk verklaard in haar hoger beroep omdat zij niet bevoegd was dit in te stellen. Het Hof bevestigde de weigering van homologatie en besloot op grond van artikel 266 FaillissementsbesluitPro 1931 ambtshalve het faillissement van Insel Air uit te spreken. Insel Air had haar vliegvergunning verloren, haar operaties gestaakt en meerdere schulden onbetaald gelaten, wat wijst op het feit dat zij is opgehouden te betalen.
Tot slot benoemde het Hof een rechter-commissaris en curatoren om het faillissement af te wikkelen.
Uitkomst: Het Hof verklaart interCaribbean niet-ontvankelijk, bevestigt de weigering van homologatie en spreekt ambtshalve het faillissement van Insel Air uit.
Bij beschikking van 16 januari 2019 heeft het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao (verder: het Gerecht) de homologatie van het schuldeisersakkoord van 4 december 2018 geweigerd (ECLI:NL:OGEAC:2019:13). De inhoud van die beschikking geldt als hier ingevoegd.
1.2.
Bij op 21 januari 2019 ingekomen hoger beroepschrift heeft interCaribbean Airways Ltd., gevestigd in de Turks and Caicos Islands, (hierna: interCaribbean) hoger beroep ingesteld van de beschikking van 16 januari 2019.
1.3.
Bij op 23 januari 2019 ingekomen beroepschrift heeft ook de bewindvoerder namens Insel Air International B.V. (hierna: Insel Air) hoger beroep ingesteld tegen die beschikking.
1.4.
De mondelinge behandeling van beide hoger beroepen heeft plaatsgevonden op 11 februari 2019. Namens Insel Air zijn daar verschenen de bewindvoerder en L. de Brabander, bestuurder. Namens interCaribbean zijn verschenen L. Gardiner, Chairman van de Board, T. Sadler, CEO, en A. Misick, Counsel, bijgestaan door de gemachtigde, mr. A.C. van Hoof. De behandeling is geschorst.
1.5.
De behandeling is voortgezet op vrijdag 15 februari 2019. Daar zijn verschenen L. de Brabander, mr. Van den Heuvel, L. Gardiner en mr. Van Hoof. De behandeling is geschorst.
1.6.
De behandeling is voortgezet op 25 februari 2019. Daar zijn verschenen L. de Brabander, mr. C.M. van Liere (namens de bewindvoerder) en mr. Van Hoof. De behandeling is gesloten.
1.7.
Beschikking is bepaald op vandaag.
2.De beoordeling
2.1.
InterCaribbean is niet-ontvankelijk in het door haar ingestelde hoger beroep, nu zij niet behoort tot de partijen die tot het instellen van hoger beroep op de voet van art. 148a en 261 lid 5 van het Faillissementsbesluit 1931 bevoegd zijn.
2.2.
Homologatie wordt ingevolge art. 261 lid 2 onderPro 2˚ van het Faillissementsbesluit 1931 geweigerd als de nakoming van het akkoord niet voldoende is gewaarborgd. Het Gerecht heeft de homologatie geweigerd op de grond dat nakoming van het schuldeisersakkoord van 4 december 2018 onvoldoende is verzekerd.
2.3.
Ter zitting in hoger beroep is vast komen te staan dat zowel Insel Air als interCaribbean geen mogelijkheden meer ziet om uitvoering te geven aan de heads of agreement van 16 november 2018. Daarmee is ook uitgesloten dat interCaribbean voldoende zekerheid stelt voor de nakoming van het schuldeisersakkoord. Van de kant van de bewindvoerder is aanvankelijk nog aangevoerd dat een nieuwe investeerder, Tilgent Capital Trust, de verbintenissen van interCaribben voortvloeiend uit de heads of agreement wellicht zou overnemen, maar gaandeweg de behandeling is duidelijk geworden dat deze overnamekandidaat zich heeft teruggetrokken. Insel Air zelf is tot het stellen van de benodigde zekerheid niet in staat.
2.4.
Hieruit volgt dat de nakoming van het schuldeisersakkoord naar de huidige stand van zaken onvoldoende is gewaarborgd. De bestreden beschikking zal worden bevestigd.
2.5.
Op grond van art. 266 vanPro het Faillissementsbesluit 1931 kan de rechter, wanneer het akkoord niet wordt aangenomen, ambtshalve het faillissement uitspreken. De eerste rechter heeft daarvan afgezien, kennelijk op verzoek van de bewindvoerder om de kansen op een doorstart niet te frustreren. Namens de bewindvoerder is thans verzocht om wel van deze mogelijkheid gebruik te maken en het faillissement uit te spreken. De bestuurder van Insel Air heeft zich bij dit verzoek aangesloten.
2.6.
Art. 266 vanPro het Faillissementsbesluit 1931 moet zo worden opgevat dat de bevoegdheid om ambtshalve het faillissement uit te spreken aan het Hof toekomt indien, zoals hier, hoger beroep is ingesteld tegen de weigering van de homologatie.
2.7.
Het Hof zal het faillissement van Insel Air uitspreken. De vergunning van Insel Air om te mogen vliegen is verlopen, zij heeft haar operaties gestaakt en er is geen zicht op verbetering van de situatie. Uit het onderzoek is gebleken dat zij meerdere schulden onbetaald laat en dat zij in de toestand verkeert van te hebben opgehouden te betalen. Verwezen wordt naar de artikelen 1, 2, 4, 5, en 11 van het Faillissementsbesluit 1931.
3.De beslissing
Het Hof:
- verklaart interCaribbean niet-ontvankelijk in haar hoger beroep;
- bevestigt de bestreden beschikking;
- verklaart Insel Air in staat van faillissement;
- benoemt tot rechter-commissaris mr. P.E. de Kort, rechter in het Gerecht;
- stelt aan tot curatoren mr. R.F. van den Heuvel en mr. C.M. van Liere, kantoorhoudende te Curaçao, Julianaplein 22, telefoon 4613400, e-mail heuvel@ekvandoorne.com en liere@ekvandoorne.com.
Deze beschikking is gegeven door mrs. H.J. Fehmers, M.B. van den Enden en J. de Boer, leden van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba en ter openbare terechtzitting van het Hof in Curaçao uitgesproken op 26 februari 2019 in tegenwoordigheid van de griffier.