Uitspraak
voorzitter
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
De zaak betreft een hoger beroep tegen de uitspraak van het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao, waarin het beroep van appellanten tegen de bouwvergunning voor 62 woningen te Wechi ongegrond werd verklaard. De bouwvergunning was verleend door de minister aan de stichting Fundashon Kas Popular (FKP).
Appellanten voerden aan dat de bouwvergunning niet had mogen worden verleend omdat er nog geen vastgesteld ontwikkelingsplan voor Wechi was en de overgangsregeling voor verkavelen niet van toepassing was. Het Hof oordeelde dat het Gerecht terecht had getoetst aan de limitatief-imperatieve weigeringsgronden van artikel 22 van Pro de Bouw- en Woningverordening (BWV). Geen van deze weigeringsgronden deed zich voor.
Verder stelde het Hof dat het niet beslissen op de bezwaarschriften tegen het ontwerp-ontwikkelingsplan en het ontbreken van een vastgesteld plan geen strijd opleverde met het EVRM of rechtszekerheids- en fair play-beginselen. Ook de stellingen over milieu- en leefbaarheidsbelangen onder artikel 8 EVRM Pro waren onvoldoende onderbouwd. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van het Gerecht bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de bouwvergunning voor 62 woningen te Wechi bevestigd.