Uitspraak
1.Procesverloop
2.Feiten
3.Geschil in hoger beroep
4.Beoordeling van het geschil
6.Beslissing
bevestigtde uitspraak van het Gerecht.
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Belanghebbende heeft tegen aanslagen inkomstenbelasting en premies over de jaren 2000 en 2002-2005 bezwaar gemaakt, maar dit buiten de wettelijke termijn van twee maanden. De Inspecteur heeft de aanslagen na de uitspraak van het Gerecht ambtshalve verminderd tot nihil. Het Gerecht verklaarde het beroep ongegrond wegens niet-ontvankelijkheid door termijnoverschrijding zonder verschoonbaarheid.
In hoger beroep stond de ontvankelijkheid van belanghebbende centraal. Het Hof oordeelde dat belanghebbende ontvankelijk is omdat hij griffierecht had betaald en daardoor in een betere positie kan komen ten aanzien van bijkomende rechterlijke beslissingen. Echter, het Hof volgde het oordeel van het Gerecht dat de termijnoverschrijding niet verschoonbaar was, omdat belanghebbende geen nieuwe gronden aanvoerde en het verzuim redelijkerwijs aan hem kan worden toegerekend.
Het Hof bevestigde de uitspraak van het Gerecht en wees de vordering van belanghebbende af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan op 7 juni 2018 door het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard vanwege niet-verschoonbare termijnoverschrijding.