Uitspraak
1.aanvankelijk [appellante 1],
[appellante 1],
[appellante 2]en
[appellant 3],
[appellante 2],
[appellant 3],
1.Margaretha Lynne [GEÏNTIMEERDE 1],
Maylis [GEÏNTIMEERDE 2],
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
De zaak betreft een geschil over de geldigheid van het testament van 14 januari 2010 van de overleden erflater, die in Parijs overleed en wiens nalatenschap onder meer een resort op Sint Maarten omvatte. De appellanten, erfgenamen van de broer van de erflater, betwisten de geldigheid van het testament en stellen dat het vals of vervalst is, of dat het is herroepen of gewijzigd.
De appellanten vorderen primair dat de geïntimeerden onwaardig worden verklaard om uit de nalatenschap voordeel te trekken, subsidiair dat het testament nietig is, en meer subsidiair dat de geïntimeerden een onrechtmatige daad hebben gepleegd. Het hof stelt vast dat het testament volgens het toenmalige recht van de Nederlandse Antillen geldig is, ondanks enkele vormfouten die niet tot nietigheid leiden.
De Franse strafrechter heeft eerder vastgesteld dat het testament niet vals of vervalst is, maar het hof laat de bewijslevering toe om te onderzoeken of er een ander testament bestaat, of het testament is gewijzigd, of dat de geïntimeerden de uiterste wil hebben verduisterd of vernietigd. Tevens wordt onderzocht of persoonlijke eigendommen van de erflater zijn ontvreemd. Het hof draagt de appellanten op bewijs te leveren en wijst getuigenverhoren toe.
De beslissing houdt verdere beoordeling aan en stelt strikte voorwaarden voor bewijslevering en getuigenopgave. Het vonnis is gewezen door drie leden van het Gemeenschappelijk Hof en uitgesproken te Sint Maarten op 2 februari 2018.
Uitkomst: Het hof draagt appellanten op bewijs te leveren en houdt verdere beslissing aan.