Uitspraak
Zaaknummer: H 143/2018
Vonnis
[VERDACHTE],
BESLISSING
gevangenisstrafvoor de duur van
60 (zestig) maanden;
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld tot 55 maanden gevangenisstraf wegens het invoeren en vervoeren van cocaïne en hennep binnen de territoriale wateren van Curaçao. Tegen dit vonnis stelde de verdachte hoger beroep in. Het Hof nam het bewijs van het Gerecht over en vulde dit aan met verklaringen van de verdachte en medeverdachten, waarin zij gezamenlijk toegaven op de hoogte te zijn van de drugs aan boord en het gezamenlijk besturen van de boot.
De verdediging stelde dat de verdachte niet wist van de drugs, maar dit verweer werd door het Hof verworpen wegens inconsistentie en ongeloofwaardigheid. Het Hof achtte bewezen dat de verdachte samen met anderen de drugs vanuit Venezuela naar Curaçao bracht en dat zij allen wisten van de aanwezigheid en het doel van het transport.
Bij de strafoplegging hield het Hof rekening met de ernst van de feiten, de maatschappelijke gevaren van drugshandel en het ontbreken van berouw bij de verdachte. Het Hof vond een onvoorwaardelijke gevangenisstraf passend en verhoogde de straf tot 60 maanden met aftrek van voorarrest. De beslissing omtrent de in beslag genomen drugs bleef ongewijzigd, aangezien deze van rechtswege eigendom van het Land zijn geworden.
Het vonnis van het Gerecht werd in zoverre vernietigd en vervangen door het Hofs arrest, waarbij de straf werd verhoogd en de overige beslissingen bevestigd.
Uitkomst: De verdachte is veroordeeld tot 60 maanden gevangenisstraf met aftrek van voorarrest voor het invoeren en vervoeren van cocaïne en hennep.