Uitspraak
Procesverloop
Beslissing
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Appellanten, beiden woonachtig in Sint Maarten, verzochten om een vergunning tot verblijf voor onbepaalde tijd, welke door de minister van Justitie werd afgewezen omdat zij niet voldeden aan het vereiste van minimaal vijf jaar onafgebroken rechtmatig verblijf. Het Gerecht in eerste aanleg verklaarde hun beroep ongegrond en het hoger beroep werd door het Gemeenschappelijk Hof eveneens afgewezen.
De minister baseerde zijn beslissing op de richtlijnen die stellen dat een vergunning voor onbepaalde tijd wordt verleend indien een vreemdeling ten minste vijf jaar onafgebroken rechtmatig in Sint Maarten heeft verbleven. Appellanten hadden slechts korte perioden een vergunning tot tijdelijk verblijf en waren gedurende langere tijd zonder geldige vergunning aanwezig. Hun situatie werd niet als bijzondere omstandigheid aangemerkt die een afwijking van het beleid zou rechtvaardigen.
Appellanten voerden aan dat zij sinds 2004 in Sint Maarten woonden en onderwijs volgden, en dat zij door excessief formalisme werden benadeeld. Ook stelden zij dat de minister het gelijkheidsbeginsel had geschonden door in andere gevallen eerder vergunningen te verlenen. Het Hof oordeelde dat deze omstandigheden geen bijzondere gronden vormen om van het beleid af te wijken en dat het beroep op het gelijkheidsbeginsel niet slaagt omdat de gevallen niet vergelijkbaar zijn.
Verder werden twee nieuwe gevallen die appellanten vlak voor de zitting aanvoerden niet in behandeling genomen wegens strijd met de goede procesorde. Het Hof bevestigde de eerdere uitspraak en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd wordt bevestigd.