Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:OGHACMB:2017:96

Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba

Datum uitspraak
1 september 2017
Publicatiedatum
11 september 2017
Zaaknummer
AR 4/14 - ghis 80306 - H 298/16
Instantie
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Aangehouden
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep over verkrijgende verjaring en naheffing griffierecht op Saba

In deze zaak is appellante in hoger beroep gekomen tegen het vonnis van de rechtbank Bonaire, Sint Eustatius en Saba, zittingsplaats Saba, waarin een geschil speelde over de verkrijging van eigendom van een perceel grond door verjaring. Appellante stelt dat zij eigenaar is geworden van een stuk grond van circa 700 m2 waarop een woning is gebouwd. Zij vordert dat het hof het vonnis vernietigt en haar vermeerderde eis toewijst, waarbij het vonnis als een akte tot levering van de grond zal gelden.

Het Openbaar Lichaam Saba (OLS) betwist de grieven en verzet zich tegen de toewijzing van de vordering. Daarnaast is er een discussie over het griffierecht; de griffier stelt dat appellante een direct financieel belang heeft van minimaal NAf 200.000,-, waardoor een naheffing van NAf 3.100,- aan griffierecht verschuldigd is, bovenop de reeds betaalde NAf 900,-.

Het hof besluit de zaak naar de rol te verwijzen voor het overleggen van een kwitantie waaruit blijkt dat appellante het nageheven griffierecht tijdig heeft voldaan, met een termijn tot 13 oktober 2017. Er wordt geen gelegenheid gegeven voor een antwoordakte van het OLS, omdat de hoogte van het griffierecht het OLS niet aangaat. Verdere beslissing wordt aangehouden.

Het vonnis is gewezen door de leden van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie en uitgesproken op 1 september 2017 te Sint Maarten.

Uitkomst: De zaak is aangehouden en verwezen voor overleg van kwitantie betaling griffierecht.

Uitspraak

Burgerlijke zaken over 2017 Vonnis no.:
Registratienummer: AR 4/14 - ghis 80306 - H 298/16
Uitspraak: 1 september 2017
GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE
van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en
van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
V O N N I S
in de zaak van:
[APPELLANTE],
wonende op Saba,
oorspronkelijk eiseres,
thans appellante,
gemachtigde: E.I. Maduro,
tegen
de openbare rechtspersoon
HET OPENBAAR LICHAAM SABA,
gevestigd op Saba,
oorspronkelijk gedaagde,
thans geïntimeerde,
vertegenwoordigd door de Gezaghebber.
De partijen worden hierna [appellante] en het OLS genoemd.

1.Het verloop van de procedure

1.1
Bij akte van appel van 7 december 2015 is [appellante] in hoger beroep gekomen van het tussen partijen gewezen en op 27 oktober 2015 uitgesproken vonnis van het Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, zittingsplaats Saba (verder: GEA).
1.2
Bij op 18 januari 2016 ingekomen memorie van grieven, met producties, heeft [appellante] vier grieven tegen het vonnis aangevoerd en toegelicht en haar eis vermeerderd. Haar conclusie strekt ertoe dat het Hof het vonnis zal vernietigen en haar vermeerderde eis zal toewijzen, met veroordeling van het OLS in de proceskosten in beide instanties, uitvoerbaar bij voorraad.
1.3
Bij memorie van antwoord, met producties, heeft het OLS de grieven bestreden. Zijn conclusie strekt ertoe dat het Hof het bestreden vonnis zal bevestigen, met veroordeling van [appellante] in de proceskosten in beide instanties, met rente, uitvoerbaar bij voorraad.
1.4
Op 3 februari 2017 heeft [appellante] pleitnotities overgelegd, met producties. Mr. C.D. Engelhardt heeft namens OLS afgezien van het overleggen van pleitnotities. Vonnis is gevraagd en nader bepaald op heden.

2.De beoordeling

2.1
In hoger beroep strekt de eis ertoe, kort gezegd, dat het Hof voor recht verklaart dat [appellante] door verjaring de eigendom heeft verkregen van een stuk grond op Saba ter grootte van ongeveer 700 m2 en dat het vonnis in de plaats treedt van een akte tot levering van die grond. Volgens [appellante] is op de grond een woning gebouwd. Foto's van de woning zijn overgelegd als productie 2 bij inleidend verzoekschrift.
2.2
De griffier stelt zich op het standpunt dat [appellante] een direct geldelijk belang bij haar vordering heeft dat kan worden gewaardeerd op minimaal
NAf 200.000,-. Het griffierecht bedraagt dan tweemaal 1% daarvan, hetgeen uitkomt op NAf 4.000,-. Er is reeds NAf 900,- betaald, zodat NAf 3.100,- wordt nageheven.
2.3 [
appellante] zal voor betaling hiervan een termijn worden gegund van zes weken na heden, dus tot 13 oktober 2017 (eerder mag ook). De zaak zal naar de rol worden verwezen om [appellante] in de gelegenheid te stellen bij akte een kwitantie over te leggen waaruit blijkt dat zij tijdig het nageheven bedrag aan griffierecht heeft betaald. Nu de hoogte van het griffierecht het OLS niet aangaat, zal geen gelegenheid worden geboden voor een antwoordakte.
B E S L I S S I N G
Het Hof:
verwijst de zaak naar de rol van 6 oktober 2017 in Sint Maarten voor akte uitlating griffierecht aan de zijde van [appellante];
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mrs. G.C.C. Lewin, H.J. Fehmers en R.J. Celestijn, leden van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao,
Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba en ter openbare terechtzitting van het Hof in Sint Maarten uitgesproken op 1 september 2017 in tegenwoordigheid van de griffier.