Uitspraak
1.Het verdere verloop van de procedure
2.De verdere beoordeling
Volgens [appellant]:
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Appellant was sinds 2002 in dienst bij Curaçao Refinery Utilities B.V. (CRU) en werd op 30 september 2015 op staande voet ontslagen vanwege vermeende verspreiding van een krantenbericht over corruptie bij asbestopslag binnen de Refineria di Korsou (RdK), waarvan CRU deel uitmaakt.
Het krantenbericht beschuldigde de statutair directeur van RdK van malversaties bij de aankoop van asbestvaten. Appellant ontkende de bron van het bericht te zijn en nam publiek afstand van de publicatie, maar CRU stelde dat hij toch de bron was en dat zijn handelen een dringende reden vormde voor ontslag.
Het Hof oordeelde dat appellant voorshands als bron van het bericht kon worden beschouwd op basis van een forensisch rapport en andere bewijsstukken, maar liet hem toe tot tegenbewijs. Het beroep op klokkenluidersbescherming faalde omdat appellant niet eerst de misstand intern had gemeld, wat volgens het Hof vereist is.
De vordering van appellant tot nietigheid van het ontslag en loondoorbetaling werd niet toegewezen, en het Hof hield verdere beslissing aan in afwachting van tegenbewijs. Tevens wees het Hof op procedurele stappen voor het horen van getuigen.
Uitkomst: Het Hof bevestigt het ontslag op staande voet en laat appellant toe tot tegenbewijs, met verdere procedurele stappen.