ECLI:NL:OGHACMB:2017:42
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over loonbelastingverrekening en samenstelling meervoudige kamer in belastingzaak
Appellant werkte in 2011 als metselaar bij een eenmanszaak en ontving maandelijks een brutoloon van NAf 3000. Hij stelde dat loonbelasting was ingehouden maar niet afgedragen, en dat hij te goeder trouw was. De inspecteur legde aanslagen inkomstenbelasting en premies op, welke appellant betwistte.
In eerste aanleg werd het beroep op de aanslag inkomstenbelasting ongegrond verklaard en het beroep op premies gegrond. Appellant voerde in hoger beroep aan dat de hoorzitting onrechtmatig was omdat deze door twee in plaats van drie rechters was gehouden, en dat de loonbelasting wel ingehouden was. Het Hof oordeelde dat de procedurele tekortkoming niet tot nietigheid leidde omdat partijen afstand hadden gedaan van mondelinge behandeling in meervoudige kamer en de uitspraak vermeldde dat drie rechters de zaak behandelden.
Inhoudelijk bevestigde het Hof het oordeel dat appellant geen nettoloon van NAf 2419,67 ontving maar het brutoloon van NAf 3000, en dat geen loonbelasting was ingehouden. De stelling dat appellant te goeder trouw was, werd verworpen omdat hij beschikte over een werkgeversverklaring waaruit dit bleek. Het Hof verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van het Gerecht.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van het Gerecht bevestigd.