ECLI:NL:OGHACMB:2017:28
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Toelating tegenbewijs in geschil over lening en renteovereenkomst vastgoedprojecten Costa Rica
In deze civiele procedure staat centraal of tussen partijen een leningsovereenkomst van €50.000 met een rente- en aflossingsregeling is gesloten, en of de schuldbekentenis van €98.250 correct is. De appellant vordert betaling van hoofdsom en rente, terwijl de geïntimeerde betwist dat de leningsovereenkomst met hem is gesloten en stelt dat de overeenkomst met een Costa Ricaanse vennootschap is aangegaan.
De rechtbank in eerste aanleg wees de vordering af wegens onvoldoende bewijs van de leningsovereenkomst en oordeelde dat het beslag onrechtmatig was gelegd. Het hof overweegt dat de onderhandse akten dwingend bewijs leveren van de stellingen van appellant, maar laat geïntimeerde toe tot tegenbewijs, waaronder getuigenverhoren, om de juistheid van de akten te betwisten.
Het hof bepaalt dat de geïntimeerde op 23 mei 2017 getuigen kan doen horen en houdt verdere beslissing aan. Hiermee wordt het geschil inhoudelijk nader onderzocht, waarbij de bewijspositie van partijen wordt versterkt door het toelaten van tegenbewijs.
Uitkomst: Het hof laat tegenbewijs toe en bepaalt een getuigenverhoor, houdt verdere beslissing aan.