Appellant heeft bezwaar gemaakt tegen de weigering van het Hoofd van het Bureau Burgerlijke Stand en Bevolkingsregister (HBBSB) om zijn in Colombia gesloten huwelijk te registreren in het Arubaanse bevolkingsregister. Dit bezwaar werd ongegrond verklaard. Appellant stelde vervolgens beroep in bij het Gerecht in eerste aanleg, dat het beroep niet-ontvankelijk verklaarde vanwege termijnoverschrijding bij het indienen van het beroepschrift.
In hoger beroep betoogde appellant dat de termijnoverschrijding niet verschoonbaar was omdat hij de beschikking op bezwaar pas later ontving, ziek was en juridische bijstand moest zoeken. Het Hof oordeelde dat de beroepstermijn volgens de Landsverordening administratieve rechtspraak begon te lopen op de dag na dagtekening van de beschikking op bezwaar en dat deze termijn niet werd verlengd door de latere ontvangst van de beschikking.
Het Hof verwees naar vaste jurisprudentie dat het beroepschrift binnen zes weken na dagtekening van de beschikking moet worden ingediend, en bij latere ontvangst uiterlijk binnen twee weken na ontvangst. Appellant had het beroepschrift pas ruim na deze termijnen ingediend en had geen voldoende reden gegeven voor de overschrijding. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van het Gerecht bevestigd.