Uitspraak
[GEÏNTIMEERDE 1],
[GEÏNTIMEERDE 2],
[GEÏNTIMEERDE 3],
[GEÏNTIMEERDE 4],
[GEÏNTIMEERDE 5],
[GEÏNTIMEERDE 6]
[GEÏNTIMEERDE 7],
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
In deze zaak staat een geschil centraal over investeringen in het attractiepark Danish Park N.V. op Aruba. Verschillende investeerders hebben aanzienlijke bedragen gestort bij [appellant], die deze gelden zou aanwenden voor de opbouw en exploitatie van het park en aandelen zou toekennen volgens een verdeelsleutel. Het park is circa twee jaar in bedrijf geweest en daarna gesloten.
De investeerders vorderen ontbinding van de overeenkomsten en terugbetaling van hun investeringen wegens vermeende tekortkomingen in de nakoming door [appellant]. Het Hof stelt dat [appellant] voldoende heeft onderbouwd dat hij de gelden heeft aangewend voor het park, maar laat de investeerders toe bewijs te leveren dat dit niet volledig het geval is. Tevens wordt geoordeeld dat de investeerders niet aannemelijk hebben gemaakt dat zij recht hebben op alle door hen betaalde gelden terug, noch dat [appellant] tekort is geschoten in het toekennen van aandelen.
Het Hof wijst erop dat de investeringen risicodragend kapitaal betreffen en dat de investeerders zich bewust hadden moeten zijn van de risico's. Verder is onvoldoende gesteld dat gebrekkige jaarstukken tot ontbinding rechtvaardigen. De zaak wordt aangehouden voor nadere bewijslevering en verdere besluitvorming.
Uitkomst: De zaak is aangehouden voor nadere bewijslevering en verdere beslissing.