ECLI:NL:OGHACMB:2015:102

Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba

Datum uitspraak
17 februari 2015
Publicatiedatum
28 februari 2020
Zaaknummer
GH-32525, H-53/13
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Artikel XV lid 4 Landsverordening verhoging leeftijdsgrens 1996Artikel XVIII lid 4 PensioenlandsverordeningArtikel 60 lid 3 Landsverordening verhoging leeftijdsgrens 1996Artikel 71 lid 2 Pensioenlandsverordening
Verwijzingen
1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vordering pensioenfonds tot betaling VUT-kosten en wettelijke rente tegen psychiatrisch ziekenhuis

Het Algemeen Pensioenfonds Curaçao (APC) vordert betaling van kosten en wettelijke rente met betrekking tot VUT-uitkeringen die Stichting Algemeen Psychiatrisch Ziekenhuis Dr. David Ricardo Capriles (Klinika Capriles) verschuldigd is. APC stelt dat het bedrag is opgelopen tot NAf 2.436.944,99 per 31 december 2013.

Het Hof verwijst naar eerdere tussenvonnissen en beoordeelt dat de eiswijziging van APC toelaatbaar is en praktisch aansluit bij het toekomstige petitum. Klinika Capriles heeft zich hiertegen slechts subsidiair verzet. Het Hof bevestigt dat Klinika Capriles niet bevoegd is om te beoordelen wie recht heeft op een VUT-uitkering, aangezien deze wordt toegekend bij landsbesluit.

Op grond van de Pensioenlandsverordening en de Landsverordening verhoging leeftijdsgrens 1996 veroordeelt het Hof Klinika Capriles tot betaling van het gevorderde bedrag vermeerderd met wettelijke rente. Tevens wordt Klinika Capriles verplicht om de VUT-verplichtingen voort te zetten zolang er gerechtigden zijn. Het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard en Klinika Capriles wordt veroordeeld in de proceskosten.

Uitkomst: Klinika Capriles wordt veroordeeld tot betaling van NAf 2.436.944,99 vermeerderd met wettelijke rente en proceskosten aan APC.

Uitspraak

Burgerlijke zaken over 2015 vonnis no:
Registratieno’s: GH-32525, H-53/13
Uitspraak: 17 februari 2015
HET GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE VAN ARUBA, CURAÇAO, SINT MAARTEN EN VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA
Vonnis in de zaak van:
de publiekelijke rechtspersoon ALGEMEEN PENSIOENFONDS CURAÇAO
gevestigd en kantoorhoudende in Curaçao,
eiseres in eerste aanleg, thans appellante,
gemachtigden: mr. L. M. Virginia en F.R. Brouwer,
tegen
de stichting STICHTING ALGEMEEN PSYCHIATRISCH ZIEKENHUIS DR. DAVID RICARDO CAPRILES,
gevestigd en kantoorhoudende in Curaçao,
gedaagde in eerste aanleg, thans geïntimeerde,
gemachtigde: mr. L.N. Asjes.
Partijen worden aangeduid als APC en Klinika Capriles.

1.Het verdere verloop van het geding

1.1.
Het Hof verwijst voor het verloop tot dan toe naar zijn tussenvonnis van 3 december 2013.
1.2.
Op 18 maart 2014 heeft APC een akte uitlating, met producties, genomen.
1.3.
Op 27 mei 2014 heeft Klinika Capriles een antwoord akte genomen.
1.4.
Op 9 december 2014 hebben de gemachtigden van partijen schriftelijk gepleit. Tevoren had door APC producties ingezonden.
1.5.
Vonnis is bepaald op heden.

2.Beoordeling

2.1.
Door APC is in haar akte uitlating van 18 maart 2014 gemotiveerd uiteengezet dat haar petitum onder 2 niet slechts betrekking heeft op één persoon, maar op een aantal dat door de jaren heen na bekomen ontslag recht heeft gekregen op de VUT-uitkering. Per 31 december 2013 is volgens APC het totaal door Klinika Capriles verschuldigde bedrag opgelopen tot NAf 2.436.944,99 (producties 5-6 van APC bij de akte uitlating van 18 maart 2014).
2.2.
Het Hof begrijpt de akte uitlating van 18 maart 2014 aldus dat APC haar eis (petitum onder 1) heeft vermeerderd tot genoemd bedrag van NAf 2.436.944,99. Ook Klinika Capriles gaat daar kennelijk (subsidiair) vanuit, want zij verzet zich (subsidiair) tegen de eiswijziging (antwoord akte van 27 mei 2014, onder 6). Van strijdigheid met de eisen van een goede procesorde is geen sprake. In tegendeel, de wijziging is praktisch en in lijn met het op de toekomst gerichte petitum onder 2.
2.3.
Aan Klinika Capriles komt niet de bevoegdheid toe te beoordelen of iemand recht heeft op een VUT-uitkering. De VUT-uitkering wordt toegekend bij landsbesluit (artikel XV lid 4 van de
Landsverordening verhoging leeftijdsgrens 1996). De eis van geboorte vóór 1 januari 1949 wordt in de uitvoering van de
Landsverordening verhoging leeftijdsgrens 1996, naar aanleiding van een uitspraak van het Gerecht in eerste aanleg van de Nederlandse Antillen van 20 januari 2003 (
Tijdschrift voor Antiliaans Recht-Justicia2003, nr. 4, p. 318 e.v.), buiten toepassing gelaten (pleitnota mrs. Virginia en Brouwer van 9 december 2014, onder 3.9).
2.4.
Met de door APC gehanteerde term ‘boeterente’ is bedoeld de wettelijke rente die Klinika Capriles verschuldigd is ingevolge artikel XVIII lid 4 van de
Landsverordening verhoging leeftijdsgrens 1996in verbinding met artikel 71 lid 2 van Pro de
Pensioenlandsverordeningin verbinding met artikel 60 lid 3 van Pro de
Pensioenlandsverordening.
2.5.
Het Hof acht de door APC in haar na het tussenvonnis gegeven specificaties (producties 1-10) genoegzaam.
2.6.
Uit het voorgaande in verbinding met het tussenvonnis van het Hof volgt dat het bestreden vonnis moet worden vernietigd en dat de vordering van APC, zoals gewijzigd, moet worden toegewezen. Klinika Capriles wordt veroordeeld in de kosten van deze procedure in beide instanties.
Beslissing
Het Hof:
- vernietigt het bestreden vonnis, en opnieuw rechtdoende:
- veroordeelt Klinika Capriles tot betaling aan APC van NAf 2.436.944,99, vermeerderd met de wettelijke rente, te berekenen op de voet van artikel 60 lid 3 van Pro de
Pensioenlandsverordening;
- veroordeelt Klinika Capriles om de VUT-verplichtingen aan APC te blijven betalen zolang er VUT-gerechtigden zijn van wie de VUT-uitkeringen op grond van artikel artikel XVIII van de
Landsverordening verhoging leeftijdsgrens 1996ten laste van Klinika Capriles komen;
- veroordeelt Klinika Capriles in de kosten van deze procedure aan de zijde van APC gevallen en tot op heden begroot voor de eerste aanleg op NAf 7.600,= aan gemachtigdensalaris en NAf 7.740,50 aan verschotten en voor het hoger beroep op NAf 26.100,= aan gemachtigdensalaris en NAf 15.463,78 aan verschotten;
- verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
- wijst af het meer of anders gevorderde.
Dit vonnis is gewezen door mrs. J. de Boer, E.M. van der Bunt en A.N.G.N.E. Mijnssen, leden van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie en uitgesproken ter openbare terechtzitting van het Hof op Curaçao op 17 februari 2015 in aanwezigheid van de griffier.