ECLI:NL:OGHACMB:2014:23
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
- Hoger beroep
- J. de Boer
- G.C.C. Lewin
- A.N.G.N.E. Mijnssen
- Rechtspraak.nl
Man niet-ontvankelijk in hoger beroep wegens overschrijding beroepstermijn in vaderschapsgeschil
In deze zaak ging het om een hoger beroep van een man tegen een beschikking van het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao betreffende zijn vaderschap en onderhoudsbijdrage voor een kind geboren in 1998. De man stelde dat hij pas op 21 augustus 2013 de beschikking had ontvangen, maar het hof oordeelde dat de beroepstermijn van zes weken vanaf de uitspraak op 18 juli 2013 liep en op 29 augustus 2013 afliep.
De man had zijn beroepschrift op 30 augustus 2013 ingediend, één dag te laat, waardoor het hof hem niet-ontvankelijk verklaarde. Er waren geen apparaatsfouten die een afwijking van de strikte termijn rechtvaardigden. Het hof wees erop dat partijen geacht worden tijdig navraag te doen bij het uitblijven van een beschikking.
Daarnaast werd besproken dat indien DNA-onderzoek later zou aantonen dat de man niet de biologische vader is, de rechterlijke beslissing over het levensonderhoud op grond van artikel 1:401 lid 4 BW Pro kan worden ingetrokken. De kosten van het hoger beroep werden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.
Het hof sprak de beschikking uit op 7 januari 2014 in Curaçao, waarbij de man niet-ontvankelijk werd verklaard in zijn hoger beroep.
Uitkomst: De man is niet-ontvankelijk verklaard in zijn hoger beroep wegens overschrijding van de beroepstermijn.