Uitspraak
1.Het verloop van het geding
2.De feiten
Kern van het voorstel is zoals gezegd de verhoging van de pensioengerechtigde leeftijd van 55 naar 60 jaren. Dit dient vanzelfsprekend te worden gecombineerd met eenzelfde verhoging van de ontslagleeftijd, voor zowel de ambtenaren als bedoeld in de Landsverordening leeftijdsgrens ambtenaren (P.B. 1959, 26) als de groepen werknemers van bepaalde semi-publiekrechtelijke lichamen voor wie bij landsverordening een vergelijkbare ontslagleeftijd is vastgesteld. Omdat er bij deze groepen overheidsdienaren geen reden is onderscheid te maken tussen zij (het Hof leest :”hen”)die in pensioengerechtigde dienst zijn en degenen die dat niet zijn, zal de verhoging van de ontslagleeftijd voor alle overheidsdienaren gelden.