Uitspraak
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN SINT MAARTEN
1.Het procesverloop
- het inleidend verzoekschrift, op 20 september 2024 ter griffie ingediend;
- de conclusie van antwoord, tevens eis in reconventie van 4 maart 2025;
- de conclusie van repliek van 27 mei 2025;
- de conclusie van dupliek, tevens conclusie van repliek en eiswijziging in voorwaardelijke reconventie van 19 augustus 2025;
- de conclusie van dupliek in reconventie van 14 oktober 2025;
- de akte uitlating productie van 10 februari 2026 van [gedaagde];
- de akte met producties 17 en 18 van [eiseres] van 10 maart 2026.
Aan het slot van de mondelinge behandeling is bepaald dat gedaagde nadere bankgegevens in het geding diende te brengen en dat partijen een nieuw taxatierapport van de woning zouden laten opstellen door ICE.
Tijdens de mondelinge behandeling hebben partijen opnieuw hun standpunten toegelicht, [eiseres] mede aan de hand van door mr. Bloem overgelegde pleitaantekeningen.
Tijdens de mondelinge behandeling is geprobeerd de zaak te beëindigen door middel van een minnelijke regeling. Dat is niet gelukt. [eiseres] heeft aan [gedaagde] een bedrag aangeboden, maar dat heeft [gedaagde] niet geaccepteerd. Partijen hebben vonnis gevraagd, maar mr. De Haan heeft namens haar client verzocht om twee weken de tijd te krijgen om het laatste aanbod van [eiseres] met [gedaagde] te kunnen bespreken.
2.De feiten
Op 21 april 2022 hebben zij een villa met appartement en ondergrond gekocht in [plaats] (het Perceel).
Op 1 september 2023 is de relatie tussen partijen geëindigd.
3.Het geschil
4.De beoordeling
De huidige waarde van het Perceel
Het verschil zit erin dat in het eerste rapport is uitgegaan van de huur die door de huidige huurders van de woning wordt betaald: USD 4.500 en USD 1.500 voor respectievelijk de villa en het appartement.
In het aangepaste rapport wordt uitgegaan van een
mogelijkehuur van USD 5.000 respectievelijk USD 1.880.
Nog daargelaten dat [gedaagde] hiermee in strijd heeft gehandeld met artikel 18c Rv, zal het Gerecht uitgaan van de huidige huur; de woning wordt immers nu verdeeld. Voor de verdeling tussen partijen stelt het Gerecht de waarde van de woning daarom vast op USD 855.000.
Hypotheekschuld en overwaarde
De overwaarde van het Perceel bedraagt USD 855.000 -/- USD 676.182 = USD 178.818.
Toepasselijk recht
De bankrekening van [gedaagde]
Als het Gerecht het goed begrijpt, zit in dit bedrag een lening van een vriend van [gedaagde] opgenomen van USD 58.000. Door dit bedrag te lenen en te gebruiken voor de woning, heeft hij met privévermogen bijgedragen aan de aankoop van de woning. Bij toedeling van het Perceel aan [eiseres] zal zij dit bedrag dus aan [gedaagde] moeten vergoeden.
De door [gedaagde] op verzoek van het Gerecht in het geding gebrachte bankafschriften bevestigen deze stilzwijgende afspraak. Gedurende de samenleving is het saldo van deze rekening gestaag gegroeid. En de stelling dat [gedaagde] de periode van samenleving begon met een groot spaartegoed wordt erdoor weerlegd.
Daarnaast geldt nog dat de e-mail van 17 mei 2024 van [eiseres] aan [gedaagde] hierover, met bijbehorende “mutual agreement” niet door hem is betwist.
Dagelijkse kosten van levensonderhoud
Overige vorderingen van partijen over en weer
De gemaakte kosten voor het Perceel
Inkomsten uit huur van de villa en het appartement op het Perceel
Per saldo door [gedaagde] aan [eiseres] verschuldigd
Gespecificeerde bedragen niet gemotiveerd betwist
De betalingen voor de respectieve creditcards
De slotsom
Daarnaast moet zij vergoeden USD 58.000 (zie 4.6) en USD 10.000 (zie 4.12).
[eiseres] is totaal aan [gedaagde] verschuldigd USD 157.409.
Wel zal het mindere worden toegewezen, namelijk dat dit vonnis in de plaats treedt van de handtekening van [gedaagde], indien hij zijn medewerking aan levering zou weigeren.
De vordering in voorwaardelijke reconventie
Proceskosten
5.De beslissing
in reconventie (voorwaardelijk)
mr. A.S. Veldhuizen, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 23 juni 2026.