ECLI:NL:OGEAM:2022:85
Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verzoek voorlopige voorziening inreisvergunning Sint Maarten
Verzoekster, met de Dominicaanse nationaliteit, had een tijdelijke verblijfsvergunning voor Sint Maarten die tot 15 maart 2021 geldig was. Haar aanvraag tot verlenging werd afgewezen en het bezwaar daartegen ongegrond verklaard. Zij heeft nog geen beroep ingesteld tegen deze beslissing.
Op 11 april 2022 verzocht verzoekster per e-mail om een emergency travel document vanwege familieomstandigheden en op 12 mei 2022 stuurde zij een formulier voor een inreisvergunning voor terugkeer naar de minister van Justitie. Zij reisde op 14 mei 2022 naar de Dominicaanse Republiek en verblijft daar nog zonder bewijs van terugkeer.
Verzoekster vroeg het Gerecht in eerste aanleg om bij voorlopige voorziening de minister te bevelen haar een inreisvergunning te verlenen. Het Gerecht oordeelde echter dat tegen de weigering tot afgifte van een bewijs van terugkeer geen bezwaar of beroep was ingesteld, waardoor de vereiste connexiteit met een bodemzaak ontbreekt. Daarom werd het verzoek niet-ontvankelijk verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze beslissing is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: Verzoek tot voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbrekende connexiteit met een bodemzaak.