Uitspraak
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN SINT MAARTEN
verzoekster,
gemachtigde: mr. J.J. ROGERS,
verweerder,
gemachtigde: mr. P.H. BRUNS.
Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten
De werknemer was sinds 2005 in dienst als marketing officer bij de werkgever. De werkgever ontdekte dat de werknemer klanten rechtstreeks goedkopere offertes gaf en bestellingen buiten de werkgever om plaatste, waarbij betalingen op zijn persoonlijke rekening werden ontvangen. De werknemer bekende dit tijdens de zitting en erkende de schade van ruim 6.900 US dollar.
De werkgever schorste de werknemer en stopte de loonbetaling na 1 november 2019. De werknemer betwistte aanvankelijk de dringende reden, maar gaf later schuld toe en bood aan de schade terug te betalen als hij mocht blijven. De werkgever ging hier niet mee akkoord.
Het gerecht oordeelde dat het handelen van de werknemer een dringende reden vormt voor ontbinding van de arbeidsovereenkomst, mede vanwege het ernstige vertrouwenverlies en het feit dat de werknemer pas tijdens de zitting schuld bekende. Er werd geen vergoeding toegekend en de werknemer werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden wegens dringende reden wegens toe-eigening van omzet door de werknemer.