Uitspraak
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN SINT MAARTEN
UITSPRAAK
(eiser),
DE MINISTER VAN JUSTITIE VAN SINT MAARTEN,
Aanduiding bestreden beschikkingen
Procesverloop
De feiten
Het verzoek en de standpunten van partijen
De beoordeling
De beslissing
Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten
Eiser, een Canadees staatsburger zonder visumplicht, werd op 23 juni 2019 bij aankomst op Sint Maarten aangehouden op verdenking van witwassen en in vreemdelingenbewaring geplaatst. De minister van Justitie nam vervolgens een bevel tot bewaring en een verwijderingsbeschikking met een ongewenstverklaring voor drie jaar.
Eiser stelde dat hij niet illegaal was omdat hij zonder visum maximaal drie maanden mocht verblijven en betwistte het gevaar voor de openbare orde en het ontbreken van voldoende middelen van bestaan. Verweerder stelde dat het beroep niet-ontvankelijk was en dat de beschikkingen terecht waren genomen.
Het gerecht oordeelde dat het beroep zich richtte op zowel de bewaring als de verwijderingsbeschikking, maar dat het belang bij vernietiging van de bewaring vervallen was omdat eiser al teruggekeerd was naar Canada. De verwijderingsbeschikking was terecht genomen omdat het strafbare feit (witwassen) ook na een transactie de openbare orde in gevaar bracht en eiser onvoldoende middelen had om in zijn onderhoud te voorzien.
De minister had de bevoegdheid de verwijdering en ongewenstverklaring te bepalen, en dit was voldoende gemotiveerd en proportioneel. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de verwijderingsbeschikking en ongewenstverklaring wordt ongegrond verklaard.