ECLI:NL:OGEAM:2019:82

Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten

Datum uitspraak
13 mei 2019
Publicatiedatum
30 augustus 2019
Zaaknummer
SXM201801150
Instantie
Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Artikel 7 Landsverordening administratieve rechtspraakBesluit Proceskosten BestuursrechtHoofdstuk 5 Landsverordening administratieve rechtspraak
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens intrekking bestreden beschikking

Eiser, wonende te Sint Eustatius, stelde beroep in tegen de afwijzing van zijn aanvraag tot ontheffing door de Minister van Volksgezondheid, Sociale Ontwikkeling en Arbeid van Sint Maarten. De aanvraag was oorspronkelijk gedaan op 11 mei 2017 en afgewezen bij beschikking van 1 augustus 2018.

Tijdens de procedure trok verweerder het bestreden besluit op 28 september 2018 in. Hierdoor verloor eiser het belang bij het beroep, behalve wat betreft de proceskosten. Het Gerecht stelde vast dat eiser niet nodeloos had geprocedeerd en veroordeelde het land Sint Maarten tot vergoeding van de proceskosten van NAf. 350,-- en het griffierecht van NAf. 150,--.

De uitspraak werd gedaan op 13 mei 2019 door rechter P.P.M. van der Burgt. Het beroep werd niet-ontvankelijk verklaard vanwege het ontbreken van belang na intrekking van het besluit. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open binnen zes weken.

Uitkomst: Het beroep werd niet-ontvankelijk verklaard vanwege intrekking van het bestreden besluit en het land Sint Maarten werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.

Uitspraak

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN SINT MAARTEN
UITSPRAAK
In het geding van:
[eiser]
wonende te Sint Eustatius,
eiser,
procederende in persoon,
tegen
DE MINISTER VAN VOLKSGEZONDHEID, SOCIALE ONTWIKKELING EN ARBEID,
gezeteld te Sint Maarten,
verweerder,
gemachtigde: mr. W.D. KWEEKEL,

1.Aanduiding bestreden beschikking

De bestreden beschikking betreft de beschikking van verweerder van 1 augustus 2018, waarbij de aanvraag van 11 mei 2017 tot verkrijging van ontheffing is afgewezen.

2.Het verloop van de procedure

Met een op 30 augustus 2018 ter griffie van het Gerecht in eerste aanleg alhier ingediend beroepschrift (met producties) heeft eiser tegen voormelde beschikking beroep ingesteld als bedoeld in artikel 7 van Pro de Landsverordening administratieve rechtspraak (Lar).
Op 5 april 2019 heeft gemachtigde namens verweerder een akte ingediend.
Bi emailbericht van 7 april 2019 heeft eiser aanvullende stukken in het geding gebracht.
Mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden ter zitting van 18 april 2019. Eiser is in persoon verschenen. Namens verweerder is de heer J. van Duinkerken, beleidsmedewerker bij de Ministerie verschenen, bijgestaan door de gemachtigde voornoemd.
Uitspraak is bepaald op heden.

3.De beoordeling

Verweerder heeft bij beschikking van 28 september 2018 de in dit beroep bestreden besluit van 1 augustus 2018 ingetrokken.
Gelet op het feit dat de beschikking van 1 augustus 2018 is ingetrokken, heeft eiser geen belang meer bij deze beroepsprocedure, behoudens met betrekking tot de proceskosten.
Er is aanleiding verweerder te veroordelen (ten laste van het land Sint Maarten) in de door eiser gemaakte proceskosten als hierna bepaald, nu gesteld noch gebleken is dat eiser nodeloos heeft geprocedeerd.
Met toepassing van het Besluit Proceskosten Bestuursrecht stelt het Gerecht de proceskosten vast op NAf. 350,--, zijnde 1 punt voor het beroepschrift, waarbij de relatieve eenvoud van de zaak aanleiding geeft om factor 0,5 toe te passen. Voorts zal het Gerecht bepalen dat aan eiser het door hem betaalde griffierecht wordt vergoed ad NAf 150,--.

4.De beslissing

Het Gerecht :
verklaart het beroep niet-ontvankelijk;
veroordeelt het land Sint Maarten in de kosten en bepaalt dat het land Sint Maarten aan eiser zal betalen een bedrag ad NAf. 350,-- als vergoeding voor de door eiser gemaakte proceskosten alsmede een bedrag ad NAf. 150,--, zijnde het door eiser betaalde griffiegeld.
Deze uitspraak is gedaan door mr. P.P.M. van der Burgt, rechter in het Gerecht in eerste aanleg te Sint Maarten, en uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier op 13 mei 2019.
Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open binnen zes weken na de dag van kennisgeving van deze uitspraak. Zie hoofdstuk 5 van de Landsverordening Administratieve Rechtspraak.