Uitspraak
1.PROCESVERLOOP
2.FEITEN
3.GESCHIL
4.OVERWEGINGEN
Naheffingsaanslag BBO
5.PROCESKOSTENVERGOEDING
6.DE BESLISSING
belastinggriffie@caribjustitia.org.
Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten
Belanghebbende, een bouwbedrijf, verrichtte bouwwerkzaamheden voor de aanleg van een brug voor een NV waarvan de aandelen indirect door de overheid van Sint Maarten worden gehouden. De Inspecteur legde naheffingsaanslagen en verzuimboetes op wegens het niet (tijdig) betalen van de Belasting op Bedrijfsomzetten (BBO) over december 2012 en 2013, omdat te weinig was aangegeven.
Belanghebbende voerde aan dat de prestaties aan de NV vrijgesteld zouden zijn van BBO op grond van verschillende wettelijke vrijstellingen en beleidsregels, en dat er sprake zou zijn van een in rechte te honoreren vertrouwen. Het Gerecht verwijst naar eerdere uitspraken waarin deze argumenten zijn verworpen, waaronder bevestiging door het Gemeenschappelijk Hof en de Hoge Raad.
De verzuimboete van 15% over de naheffingsaanslag is passend volgens het boetebeleid van de Inspecteur. Het standpunt van belanghebbende wordt niet als pleitbaar beschouwd, zodat een boete terecht is opgelegd. Ook het argument dat slechts één boete kan worden opgelegd bij meerdere tijdvakken faalt, omdat afzonderlijke boetes voor verschillende tijdvakken mogelijk zijn.
Een bewijsaanbod van belanghebbende wordt verworpen wegens onvoldoende concreetheid. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep tegen de naheffingsaanslag en verzuimboete BBO wordt ongegrond verklaard en de opgelegde boetes worden bevestigd.