ECLI:NL:OGEAM:2019:129
Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen fictieve weigering aanvraag verklaring van rechtswege
Geopposeerde heeft op 13 augustus 2019 een aanvraag voor een verklaring van rechtswege ingediend bij de Immigratiedienst, maar kreeg deze mondeling terug met de mededeling dat er stukken ontbraken. Dit is door het Gerecht gekwalificeerd als een fictieve weigering, waartegen Lar-beroep openstaat.
Bij uitspraak van 30 augustus 2019 had het Gerecht het beroep van geopposeerde gegrond verklaard en opposant opgedragen een beschikking te geven. Opposant kwam hiertegen in verzet en stelde dat er geen aanvraag was ingediend, zodat geen beschikking kon worden gegeven.
Het Gerecht oordeelt dat de aanvraag wel degelijk is ingediend en dat het teruggeven zonder schriftelijke opgave van ontbrekende stukken een weigering tot ontvangst inhoudt. Het verzet wordt ongegrond verklaard en opposant wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten aan geopposeerde.
De uitspraak is gedaan door rechter P.P.M. van der Burgt op 29 november 2019. Tegen deze beslissing staat hoger beroep open binnen zes weken.
Uitkomst: Het verzet wordt ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak over de fictieve weigering blijft in stand.