Uitspraak
1.Het verloop van de procedure
2.De vaststaande feiten
3.De vorderingen en het verweer
de loon over de periode vanaf 1 februari tot en met 6 februari 2018;
de opzegloon gelijk aan vier maanden brutolonen;
cessantia-uitkering gelijk aan 16 ¼ weken brutoloon;
te vergoeden voor 15 niet-genoten vakantiedagen;
dit alles te vermeerderen met 10% vertragingsrente ex artikel 7A:1614q BWSXM en de wettelijke rente vanaf de dag van hunner verschuldigdheid tot en met de dag der algehele voldoening.
[de werkgever] te veroordelen aan [de werknemer] te betalen het totaal bedrag van Naf. 72.322,-- zijnde verschil in gewerkte overuren, thans vermeerderd met 10% vertragingsrente ex artikel 7A:1614q BWSXM en de wettelijke rente vanaf de dag van hunner verschuldigdheid tot en met de dag der algehele voldoening.
[de werkgever] te veroordelen in de kosten van deze procedure, de griffierechten inbegrepen, (…).