ECLI:NL:OGEAM:2017:45
Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Afwijzing loonvordering en verzoek tot wedertewerkstelling na demotie en salarisverlaging
De werknemer is sinds 2002 in dienst van de werkgever en werd per december 2016 in een lagere functie geplaatst met een aanzienlijke salarisverlaging vanwege herhaalde niet-opvolging van redelijke instructies en ongewenst gedrag. De werknemer vordert betaling van achterstallig loon, doorbetaling van toekomstig loon en wedertewerkstelling in zijn oude functie.
Het Gerecht in Eerste Aanleg oordeelt dat het spoedeisend belang aanwezig is, maar dat de zaak te complex is voor een kort geding. De werknemer verdient voor de demotie circa USD 45.000 bruto per maand, nu nog USD 25.000. De werkgever is tevreden over de verkoopprestaties maar ontevreden over het alcoholgebruik en gedrag van de werknemer, wat leidde tot disciplinaire maatregelen die het beoogde effect hadden.
Het Gerecht kan niet inschatten hoe de bodemrechter zal oordelen over de rechtmatigheid van de demotie en salarisverlaging en constateert dat de werknemer niet in financiële problemen is gekomen door de lagere beloning. Verwezen wordt naar artikel 228 lid 2 Rv Pro om de zaak door te verwijzen naar de bodemrechter, maar de werknemer stemde hier niet mee in.
De vorderingen worden daarom afgewezen en de werknemer wordt veroordeeld in de proceskosten. De werkgever wordt vrijgesteld van verschotten behalve een salaris gemachtigde van NA f 1.000,00.
Uitkomst: Vorderingen werknemer worden afgewezen wegens complexiteit en onzekerheid over bodemrechterlijke beoordeling.