Uitspraak
1.De procedure
2.De vaststaande feiten
- betaling van het salaris van [A] op haar rekening bij de Bank,
- alle cashflow van [A]’s Kantoor N.V. (hierna: de N.V.) via een rekening van de Bank,
- “A payment agreement is to be signed for weekly loan payments of at least US$ 1.800”;
- alle kosten van de veiling moeten door [A] worden betaald.
3.De vorderingen en het verweer
4.De beoordeling
“men, in aanmerking genomen de onevenredigheid tussen het belang bij de uitoefening en het belang dat daarbij wordt geschaad, naar redelijkheid niet tot die uitoefening had kunnen komen.”