Uitspraak
1.De procedure
- het verzoekschrift met producties d.d. 26 oktober 2015,
- de rolbeschikking d.d. 8 december 2015,
- de conclusie van antwoord,
- de conclusie van repliek,
- de conclusie van dupliek.
Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten
In deze civiele procedure vordert eiseres dat gedaagde het gebouw op haar perceel afbreekt en het terrein herstelt, nadat gedaagde niet heeft voldaan aan een verstekvonnis in kort geding waarin hij was veroordeeld tot ontruiming van het perceel.
Gedaagde voert verweer dat eiseres onontvankelijk is omdat zij een nieuwe bodemprocedure had moeten vermijden en het kort geding had moeten gebruiken of hoger beroep had moeten instellen. Het Gerecht stelt echter vast dat gedaagde geen inhoudelijk verweer voert tegen de afbraakverplichting en erkent dat hij in gebreke blijft.
Het Gerecht oordeelt dat eiseres een voldoende procesbelang heeft om deze bodemprocedure te voeren en dat het niet noodzakelijk is dat de veroordeling in kort geding wordt gevraagd of dat hoger beroep moet worden ingesteld. De vordering wordt daarom toegewezen met oplegging van een dwangsom van USD 1.000 per dag bij niet-naleving.
Gedaagde wordt veroordeeld in de proceskosten en het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot afbraak gebouw binnen vijf werkdagen en herstel terrein, met dwangsom van USD 1.000 per dag.