Uitspraak
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN SINT MAARTEN
1.Onderzoek van de zaak
2.Tenlastelegging
3.Voorvragen
4.Bewijsbeslissingen
totwijziging van het vestigingsadres door het Ministerie van Economische zaken wordt afgehandeld en
totwijziging van het vestigingsadres door het Ministerie van Economische zaken wordt ingewilligd en
26 januari 2011 tot en met 31 december 2012in het Nederlands Antilliaanse gedeelte van het eiland Sint Maarten en in Sint Maarten van het plegen van witwassen een gewoonte heeft gemaakt, immers heeft zij (telkens)
7 mei2008 tot en met
4 maart2013 in het Nederlands Antilliaanse gedeelte van het eiland Sint Maarten en/of in Sint Maarten van het plegen van witwassen een gewoonte heeft gemaakt, immers heeft hij (telkens)
geldbedragenopgenomen en/of besteed;
aan te wervenen
te verschaffenin een van de kamers in Bada Bing en die [vrouwen x, y en z] in de prostitutie
te brengenen
telaten betalen en
te zeggenop welke tijden zij het gebouw binnen moesten zijn en
bijde Inspecteur der belastingen of de Belastingdienst in Sint Maarten ingeleverde aangiften op de bedrijfsomzetten:
5.Bewijsmiddelen
is in het Wetboek van Strafrecht bij nota van wijziging ingevoegd bij gelegenheid van de parlementaire behandeling van de Wet Bestrijding van Zedeloosheid (Wet van 20 mei 1911, Stb. 130). Het artikel, opgenomen in de nota van wijziging, luidde oorspronkelijk: «Hij die eenige handeling pleegt, ondernomen met het oogmerk om eene vrouw aan prostitutie over te leveren, wordt als schuldig aan vrouwenhandel, gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vijf jaren». Uit de Tweede Kamer werd als bezwaar tegen deze redactie aangevoerd, voor zover hier van belang, dat op deze wijze in artikel 250ter strafbaar werd gesteld wat reeds onder artikel 250bis, doch als beroep of gewoonte viel. Namens de Commissie van Rapporteurs werd in het bijzonder het bezwaar naar voren gebracht dat door de delictsomschrijving preparatoire handelingen en poging, die ingevolge artikel 45 het Pro Wetboek van Strafrecht niet strafbaar is, strafbaar worden gesteld. Minister Regout stelde daar tegenover dat concursus in het Wetboek van Strafrecht veel voorkomt en was ook voor de overige bezwaren niet gevoelig. Niettemin verklaarde hij zich bereid de door de Commissie van Rapporteurs voorgestelde redactie, waarin de delictsomschrijving achterwege bleef, over te nemen. De bepaling inzake vrouwenhandel kreeg daardoor haar huidige vorm. Als voorwaarde voor het overnemen van het amendement had de minister gesteld dat uit de debatten zou blijken dat zijn opvatting de juiste was opdat de rechter een authentieke interpretatie van het woord «vrouwenhandel» zou hebben. «In elk geval zal moeten blijken», aldus de minister, «dat elke handeling, ondernomen van het ogenblik dat men zich met de vrouw in aanraking stelt tot op het ogenblik, dat men de vrouw aan de prostitutie - wat men voornemens is - overlevert, op zich zelf reeds als «vrouwenhandel» gequalificeerd behoort te worden, met andere woorden dat voor het voltooide delict niet nodig zal zijn het verwezenlijken van het overleveringsoogmerk.» In het vervolg van zijn betoog lichtte de minister zijn opvatting nog toe door te stellen dat elke daad van vrouwenhandel reeds het delict zelf is, zodat ook bij voorbeeld het reizen met een vrouw met het doel haar aan prostitutie over te leveren, wordt beschouwd als het voltooide delict vrouwenhandel. De Commissie van Rapporteurs aanvaardde deze uitleg. De door de minister verdedigde opvatting werd ook in het vervolg van de parlementaire behandeling niet weersproken.
6.Kwalificatie
7.Strafbaarheid
8.Oplegging van straf of maatregel
9.Toepasselijke wettelijke voorschriften
10.Beslissing
42 (tweeënveertig) maanden;
12 (twaalf) maandenniet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond dat de veroordeelde zich voor het einde van de hierbij op
2 (twee) jaren bepaalde proeftijdaan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt dan wel gedurende die proeftijd zich op andere wijze heeft misdragen of de hierna gestelde bijzondere voorwaarde niet heeft nageleefd;