Uitspraak
1.De procedure
- het verzoekschrift met producties d.d. 13 augustus 2015,
- de akte eis in reconventie met producties van [gedaagde],
- nagekomen producties van [eiseres],
- pleitnota’s van beide advocaten.
Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten
In deze zaak tussen een besloten vennootschap als eiseres en een natuurlijke persoon als gedaagde staat een huurgeschil omtrent een bedrijfsruimte centraal. De huurovereenkomst bevat een omzetafhankelijke huurregeling waarbij de huur wordt berekend als 50% van de nettowinst, met specifieke uitsluitingen van bepaalde kosten.
Eiseres vordert ontruiming van het gehuurde en betaling van achterstallige huurpenningen, terwijl gedaagde deze vordering betwist op grond van een andere interpretatie van het huurbeding en stelt dat hij regelmatig huur heeft betaald. Daarnaast vordert gedaagde herstel van schade aan het gehuurde.
Het gerecht stelt vast dat partijen het huurbeding verschillend interpreteren, waardoor niet kan worden vastgesteld dat sprake is van een huurachterstand. Ook het ontbreken van vergunningen en verzekeringen rechtvaardigt volgens het gerecht geen ontruiming. De vorderingen van eiseres worden daarom afgewezen. De vordering van gedaagde tot herstel van schade is reeds in een eerder kort geding toegewezen, zodat deze wordt afgewezen wegens gebrek aan belang.
Partijen worden gesommeerd hun geschil in een bodemprocedure of via mediation op te lossen. De proceskosten worden ieder voor eigen rekening gelaten.
Uitkomst: De vorderingen tot ontruiming en betaling van achterstallige huur worden afgewezen; partijen dragen ieder hun eigen proceskosten.