Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:OGEAC:2026:83

Gerecht in eerste aanleg van Curaçao

Datum uitspraak
12 juni 2026
Publicatiedatum
15 juni 2026
Zaaknummer
CUR202504824 tot en met CUR202504826
Instantie
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 16 lid 1 letter h LIBArt. 15 lid 1 LIB
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep tegen aanslagen inkomstenbelasting en premies Curaçao 2021

Belanghebbende maakte bezwaar tegen de aanslagen inkomstenbelasting en premies AOV/AWW en AVBZ over 2021. De Inspecteur kwam gedeeltelijk tegemoet aan het bezwaar door de aanslagen aanzienlijk te verminderen, waardoor het belastbaar inkomen negatief werd en de aanslagen tot nihil werden herzien.

Belanghebbende stelde daarop beroep in bij het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao. Tijdens de zitting was belanghebbende aanwezig, maar de Inspecteur verscheen niet. Het Gerecht oordeelde dat het beroep niet-ontvankelijk is omdat het beroep belanghebbende niet in een betere positie kan brengen, nu de aanslagen al zijn verminderd tot nihil.

Het Gerecht merkte op dat verliezen niet bij voor bezwaar vatbare beschikking worden vastgesteld en dat een negatief zuiver inkomen kan worden verrekend met positieve inkomens in de volgende vijf belastingjaren. Er werd geen proceskostenvergoeding toegekend. Het beroep werd derhalve niet-ontvankelijk verklaard.

Uitkomst: Het beroep van belanghebbende tegen de aanslagen inkomstenbelasting en premies 2021 wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang.

Uitspraak

Uitspraak van 12 juni 2026
BBZ nrs. CUR202504824 tot en met CUR202504826
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO
UITSPRAAK
op het beroep in de zin van de
Landsverordening op het beroep in belastingzaken van:
[Belanghebbende],wonende te Curaçao,
belanghebbende,
gericht tegen:
DE INSPECTEUR DER BELASTINGEN, zetelend in Curaçao,
de Inspecteur.

1.PROCESVERLOOP

1.1
Aan belanghebbende zijn op 17 februari 2023 aanslagen inkomstenbelasting (IB) en premies AOV/AWW en AVBZ voor het jaar 2021 opgelegd naar een belastbaar- en premie-inkomen van NAf 43.372, resulterend in te ontvangen bedragen van NAf 1.079 (IB) NAf 756 (premies AOV/AWW), NAf 95 (premie AVBZ).
1.2
Belanghebbende heeft daartegen op 13 april 2023 bezwaar gemaakt.
1.3
De Inspecteur is bij uitspraken van 29 september 2025 (gedeeltelijk) aan het bezwaar van belanghebbende tegemoetgekomen. De Inspecteur heeft de aanslagen verminderd naar een belastbaar- en premie-inkomen van NAf -/- NAf 59.743, resulterend in te ontvangen bedragen van NAf 2.425 (IB), NAf 6.939 (premies AOV/AWW) en NAf 867 (premie AVBZ).
1.4
Belanghebbende heeft op 28 november 2025 beroep ingesteld tegen de uitspraken van de Inspecteur. Belanghebbende heeft daarvoor een bedrag aan griffierecht betaald van Cg 50.
1.5
De zitting heeft plaatsgevonden op 8 mei 2026 te Willemstad. Belanghebbende is verschenen, bijgestaan door [A], verbonden aan [X]. Namens de Inspecteur is, zonder voorafgaande berichtgeving, niemand verschenen.

2.OVERWEGINGEN

Ontvankelijkheid beroep

2.1
Een beroep moet niet-ontvankelijk worden verklaard als de indiener van dat rechtsmiddel geen belang daarbij heeft. Daarvan is sprake als het aanwenden van het rechtsmiddel, ongeacht de gronden waarop het steunt, hem niet in een betere positie kan brengen met betrekking tot het bestreden besluit en eventuele bijkomende (rechterlijke) beslissingen (vgl. HR 12 mei 2017, ECLI:NL:HR:2017:844).
2.2
Uit de uitspraken op bezwaar van 29 september 2025 volgt dat de Inspecteur alsnog 60% van de door belanghebbende als persoonlijke lasten in aftrek gebrachte onderhoudskosten als bedoeld in artikel 16 lid 1 letter Pro h van de Landsverordening op de inkomstenbelasting (LIB) van in totaal NAf 171.858 in aftrek heeft toegestaan. Het voorgaande heeft erin geresulteerd dat de aanslagen zijn verminderd tot nihil.
2.3
Het Gerecht stelt vast dat met de vermindering het procesbelang voor wat betreft de aanslagen IB, premies AOV/AWW en AVBZ voor het jaar 2021 ontbreekt, nu het beroep belanghebbende niet in een betere positie kan brengen. Daarbij merkt het Gerecht op dat verliezen niet bij voor bezwaar vatbare beschikking worden vastgesteld. Het beroep dient daarom niet-ontvankelijk te worden verklaard.
2.4
Het Gerecht merkt ten overvloede op dat een negatief zuiver inkomen op grond van artikel 15, lid 1 LIB verrekend kan worden met de (positieve) zuivere inkomens van de volgende vijf belastingjaren, te beginnen bij het eerste van die jaren. Dat betekent dat in die jaren, voor zover er dan positieve zuivere inkomens zijn, alsnog de hoogte van het in het onderhavige jaar geleden verlies ter discussie gesteld kan worden.

3.PROCESKOSTEN EN GRIFFIERECHT

Het Gerecht ziet geen aanleiding voor een vergoeding van de proceskosten of het griffierecht.

4.DE BESLISSING

Het Gerecht verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gegeven door mr. drs. M.M. de Werd, rechter, en uitgesproken op 12 juni 2026, in tegenwoordigheid van de griffier mr. L.M. de Leeuw van Weenen
.
De griffier, De rechter,
Afschriften zijn per post/ per e-mail op ………………………… aan partijen verzonden.
HOGER BEROEP
Tegen deze uitspraak kunnen beide partijen binnen
twee maandenna de verzenddatum hoger beroep instellen bij:
Het Gemeenschappelijk Hof van Justitie (belastingkamer)
Emancipatie Boulevard Dominico “Don” Martina 18
Willemstad
Curaçao
U wordt verzocht bij het indienen van het beroepschrift het volgende in acht te nemen:
1. Leg bij het beroepschrift een afschrift over van deze uitspraak;
2. Onderteken het beroepschrift en vermeld het volgende:
a. de naam en het adres van de indiener,
b. de dagtekening,
c. waartegen u in beroep komt,
d. waarom u het niet eens bent met deze uitspraak (de gronden van het hoger beroep).
Partijen hebben ook de mogelijkheid het ondertekende beroepschrift per e-mail in te dienen bij de griffie van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie:
belastinggriffie@caribjustitia.org.
Voor het instellen van hoger beroep is het volgende bedrag aan griffierecht verschuldigd:
- natuurlijke personen: Cg 200
- personenvennootschappen en rechtspersonen: Cg 500