Uitspraak
1.PROCESVERLOOP
2.FEITEN
3.GESCHIL
4.OVERWEGINGEN
5.PROCESKOSTEN EN GRIFFIERECHT
6.DE BESLISSING
.
twee maandenna de verzenddatum hoger beroep instellen bij:
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Belanghebbende diende de aangifte inkomstenbelasting en premies voor het jaar 2019 pas op 12 mei 2023 in, terwijl de wettelijke termijn 36 maanden na afloop van het belastingjaar is. De Inspecteur stelde op grond daarvan beschikkingen geen aanslagen vast. Belanghebbende voerde verschoonbare omstandigheden aan, waaronder persoonlijke en familieproblemen, Covid-19, en verhuizing.
Het Gerecht overweegt dat hoewel begrip bestaat voor de moeilijke periode waarin belanghebbende verkeerde, deze omstandigheden niet zodanig waren dat de termijnoverschrijding verschoonbaar is. Belanghebbende had binnen het tijdsbestek voldoende gelegenheid om tijdig aangifte te doen. De jurisprudentie wordt overeenkomstig toegepast, maar er is geen geringe verwijtbaarheid aan te wijzen.
De Inspecteur heeft terecht de aanslagen achterwege gelaten. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard. Er wordt geen proceskostenvergoeding toegekend. De uitspraak is gegeven door rechter D.J. Jansen op 4 april 2025.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat de aangifte niet binnen de wettelijke termijn is ingediend en de termijnoverschrijding niet verschoonbaar is.